Naar de inhoud

keren

de andere zijde toewenden

keren is meer dan één woord

keren

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkerə(n)

Betekenis

  1. de andere zijde toewenden
  2. een voertuig een bocht van 180 graden doen maken
  3. doen omwenden, tegenhouden, terugdrijven
  4. zich ~:

Hoe spreek je keren uit?

/ˈkerən/

Keren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van keren

kerenhele werkwoord — keerdeverleden tijd enkelvoud — keerdenverleden tijd meervoud — gekeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik keer keerde
jij keert keerde
hij, zij, het keert keerde
wij keren keerden
jullie keren keerden
zij keren keerden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekeerd verleden tijd, deelwoord
gekeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
keer gebiedende wijs
keer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
keer u/je , keert je gebiedende wijs
keerde verleden tijd
keerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
keerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
keerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
keerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
keerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
keerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
keerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
keerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
keerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
keerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
keert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
keert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
keert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
keert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
keert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
keert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
kere aanvoegende wijs
kere zich aanvoegende wijs
keren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
keren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
keren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
kerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te keren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen keren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal keren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal keren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal keren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me keren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich keren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je keren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gekeerd hebben verleden tijd
zich kerend onvoltooid, deelwoord
zijn gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou keren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou keren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou keren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden keren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden keren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden keren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt keren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord keer

Herkomst

In de betekenis van ‘wenden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Woordfamilie van keren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
keerde verleden tijd keren
keerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon keren
keert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon keren
kere aanvoegende wijs keren
kerend onvoltooid deelwoord keren
kerende woordvorm keren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van keren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over keren

Hoe spreek je keren uit?
De uitspraak van keren is: /ˈkerə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent keren?
Keren is een werkwoord. Het woord betekent: de andere zijde toewenden. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je keren?
Je vervoegt keren als volgt: de tegenwoordige tijd is keer, de verleden tijd is keerde en het voltooid deelwoord is gekeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op keren?

Er staan 395 woorden in dit woordenboek die op keren rijmen, waaronder abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord keren is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

keren levert met Wordfeud minimaal 8 en maximaal 42 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 zonder bonus
  7. 42 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

keren telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

keren in het kort

keren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van keren zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort keren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

keren: de andere zijde toewenden
Deel keren — standaardnederlands.nl