proberen
werkwoord /proˈberə(n)/Betekenis
- testen
- onderzoeken
- iets met succes trachten te beëindigen waarvan men niet weet of het gaat lukken
Hoe spreek je proberen uit?
/proˈberən/
Proberen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| b | bak |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van proberen
proberenhele werkwoord — probeerdeverleden tijd enkelvoud — probeerdenverleden tijd meervoud — geprobeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | probeer | probeerde |
| jij | probeert | probeerde |
| hij, zij, het | probeert | probeerde |
| wij | proberen | probeerden |
| jullie | proberen | probeerden |
| zij | proberen | probeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geprobeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geprobeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geprobeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geprobeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geprobeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geprobeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geprobeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geprobeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geprobeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geprobeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geprobeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geprobeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprobeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprobeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprobeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geprobeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geprobeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geprobeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geprobeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geprobeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geprobeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geprobeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geprobeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geprobeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geprobeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geprobeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprobeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| probeer | gebiedende wijs |
| probeerde | verleden tijd |
| probere | aanvoegende wijs |
| proberend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geprobeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te proberen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen proberen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geprobeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geprobeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geprobeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geprobeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geprobeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geprobeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geprobeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geprobeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geprobeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprobeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geprobeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geprobeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprobeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal proberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal proberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal proberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geprobeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geprobeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprobeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprobeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprobeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprobeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprobeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou proberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou proberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou proberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geprobeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geprobeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geprobeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geprobeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geprobeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geprobeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden proberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden proberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden proberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geprobeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geprobeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt proberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geprobeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geprobeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geprobeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geprobeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geprobeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geprobeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen proberen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen proberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen proberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen proberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geprobeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geprobeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geprobeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult proberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘beproeven’ voor het eerst aangetroffen in 1440
Woordfamilie van proberen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geprobeerd | voltooid deelwoord | proberen |
| geprobeerde | woordvorm | proberen |
| probeer | gebiedende wijs | proberen |
| probeerde | verleden tijd | proberen |
| probeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | proberen |
| probeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | proberen |
| probere | aanvoegende wijs | proberen |
| proberend | onvoltooid deelwoord | proberen |
| proberende | woordvorm | proberen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van proberen zijn vastgelegd.