Naar de inhoud

composteren

tot compost verwerken

composteren

werkwoord kɔmpɔsˈterə(n)

Betekenis

  1. tot compost verwerken

Hoe spreek je composteren uit?

/kɔmpɔsˈterən/

Composteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /kɔmpɔsˈterən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɔ bot
m maan
p pak
s sok
t tak
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van composteren

composterenhele werkwoord — composteerdeverleden tijd enkelvoud — composteerdenverleden tijd meervoud — gecomposteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik composteer composteerde
jij composteert composteerde
hij, zij, het composteert composteerde
wij composteren composteerden
jullie composteren composteerden
zij composteren composteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
composteer gebiedende wijs
composteerde verleden tijd
compostere aanvoegende wijs
composterend onvoltooid, deelwoord
er is gecomposteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecomposteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecomposteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecomposteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecomposteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecomposteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecomposteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecomposteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecomposteerd verleden tijd, deelwoord
gecomposteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecomposteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecomposteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecomposteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecomposteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecomposteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecomposteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecomposteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecomposteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecomposteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecomposteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecomposteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecomposteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecomposteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecomposteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecomposteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecomposteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecomposteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te composteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecomposteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen composteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecomposteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecomposteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecomposteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecomposteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecomposteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecomposteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecomposteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecomposteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal composteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal composteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal composteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecomposteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecomposteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecomposteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecomposteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecomposteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecomposteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou composteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou composteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou composteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecomposteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecomposteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecomposteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecomposteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecomposteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecomposteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden composteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden composteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden composteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecomposteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecomposteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecomposteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecomposteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecomposteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecomposteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt composteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecomposteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecomposteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen composteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen composteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen composteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen composteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecomposteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecomposteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecomposteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecomposteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecomposteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecomposteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult composteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecomposteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecomposteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecomposteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse composter (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van composteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
composteer gebiedende wijs composteren
composteerde verleden tijd composteren
composteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon composteren
composteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon composteren
compostere aanvoegende wijs composteren
composterend onvoltooid deelwoord composteren
composterende woordvorm composteren
gecomposteerd voltooid deelwoord composteren
gecomposteerde woordvorm composteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van composteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over composteren

Hoe spreek ik composteren uit?
Zo spreek je composteren uit: /kɔmpɔsˈterə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van composteren?
Composteren is een werkwoord. De betekenis is: tot compost verwerken.
Hoe vervoeg ik composteren?
Zo vervoeg je composteren zo: de tegenwoordige tijd is composteer, de verleden tijd is composteerde en het voltooid deelwoord is gecomposteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op composteren?

Op composteren rijmen 395 woorden, onder andere abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord composteren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. P 3
  5. O 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

composteren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. P 4
  5. O 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

composteren in het kort

composteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van composteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort composteren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

composteren: tot compost verwerken
Deel composteren — standaardnederlands.nl