Naar de inhoud

verifiëren

nagaan, controleren

verifiëren

werkwoord ˌverifiˈjerə(n)

Betekenis

  1. nagaan, controleren

Hoe spreek je verifiëren uit?

/ˌverifiˈjerən/

Verifiëren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.

De tekens in /ˌverifiˈjerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
e veel
r rood
i riet
f fiets
j ja
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verifiëren

verifiërenhele werkwoord — verifieerdeverleden tijd enkelvoud — verifieerdenverleden tijd meervoud — geverifieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verifieer verifieerde
jij verifieert verifieerde
hij, zij, het verifieert verifieerde
wij verifiëren verifieerden
jullie verifiëren verifieerden
zij verifiëren verifieerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geverifieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geverifieerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geverifieerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geverifieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geverifieerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geverifieerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geverifieerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geverifieerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geverifieerd verleden tijd, deelwoord
geverifieerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geverifieerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geverifieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geverifieerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geverifieerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geverifieerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geverifieerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geverifieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geverifieerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geverifieerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geverifieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geverifieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geverifieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geverifieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geverifieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geverifieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geverifieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geverifieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geverifieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verifiëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verifiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verifieer gebiedende wijs
verifieerde verleden tijd
verifiëre aanvoegende wijs
verifiërend onvoltooid, deelwoord
waart geverifieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geverifieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geverifieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geverifieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geverifieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geverifieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geverifieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geverifieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geverifieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geverifieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geverifieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geverifieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geverifieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geverifieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geverifieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geverifieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geverifieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geverifieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geverifieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geverifieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geverifieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geverifieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geverifieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geverifieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geverifieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geverifieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geverifieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geverifieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geverifieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geverifieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geverifieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geverifieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geverifieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geverifieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verifiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geverifieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geverifieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geverifieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verifiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘de echtheid onderzoeken’ voor het eerst aangetroffen in 1467

Woordfamilie van verifiëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geverifieerd voltooid deelwoord verifiëren
geverifieerde woordvorm verifiëren
verifieer gebiedende wijs verifiëren
verifieerde verleden tijd verifiëren
verifieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verifiëren
verifieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verifiëren
verifiëre aanvoegende wijs verifiëren
verifiërend onvoltooid deelwoord verifiëren
verifiërende woordvorm verifiëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verifiëren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verifiëren

Hoe spreek ik verifiëren uit?
Zo spreek je verifiëren uit: /ˌverifiˈjerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verifiëren?
Verifiëren is een werkwoord. De betekenis is: nagaan, controleren.
Hoe vervoeg ik verifiëren?
Zo vervoeg je verifiëren zo: de tegenwoordige tijd is verifieer, de verleden tijd is verifieerde en het voltooid deelwoord is geverifieerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verifiëren?

Verifiëren rijmt op 395 woorden op -ren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verifiëren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. I 1
  5. F 4
  6. I 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verifiëren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. I 2
  5. F 4
  6. I 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verifiëren in het kort

verifiëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verifiëren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verifiëren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verifiëren: nagaan, controleren
Deel verifiëren — standaardnederlands.nl