moderniseren
werkwoord ˌmodɛrniˈzerə(n)Betekenis
- modern maken
Hoe spreek je moderniseren uit?
/ˌmodɛrniˈzerən/
Moderniseren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| o | boot |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| n | nek |
| i | riet |
| z | zon |
| e | veel |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van moderniseren
moderniserenhele werkwoord — moderniseerdeverleden tijd enkelvoud — moderniseerdenverleden tijd meervoud — gemoderniseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | moderniseer | moderniseerde |
| jij | moderniseert | moderniseerde |
| hij, zij, het | moderniseert | moderniseerde |
| wij | moderniseren | moderniseerden |
| jullie | moderniseren | moderniseerden |
| zij | moderniseren | moderniseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gemoderniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemoderniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemoderniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemoderniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemoderniseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemoderniseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemoderniseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemoderniseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemoderniseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemoderniseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemoderniseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemoderniseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemoderniseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemoderniseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemoderniseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemoderniseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemoderniseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemoderniseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemoderniseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemoderniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| moderniseer | gebiedende wijs |
| moderniseerde | verleden tijd |
| modernisere | aanvoegende wijs |
| moderniserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemoderniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te moderniseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen moderniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gemoderniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gemoderniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gemoderniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemoderniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemoderniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemoderniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemoderniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gemoderniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gemoderniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemoderniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemoderniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemoderniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemoderniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemoderniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemoderniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemoderniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemoderniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemoderniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemoderniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemoderniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemoderniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemoderniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemoderniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemoderniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemoderniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemoderniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemoderniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemoderniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen moderniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemoderniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemoderniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemoderniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult moderniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘modern maken’ voor het eerst aangetroffen in 1816
Woordfamilie van moderniseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemoderniseerd | voltooid deelwoord | moderniseren |
| moderniseer | gebiedende wijs | moderniseren |
| moderniseerde | verleden tijd | moderniseren |
| moderniseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | moderniseren |
| moderniseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | moderniseren |
| modernisere | aanvoegende wijs | moderniseren |
| moderniserend | onvoltooid deelwoord | moderniseren |
| moderniserende | woordvorm | moderniseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moderniseren zijn vastgelegd.