Naar de inhoud

adsorberen

aantrekken, aan de oppervlakte binden

adsorberen

werkwoord ɑtsɔrˈberə(n)

Betekenis

  1. aantrekken, aan de oppervlakte binden

Hoe spreek je adsorberen uit?

/ɑtsɔrˈberən/

Adsorberen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ɑtsɔrˈberən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
t tak
s sok
ɔ bot
r rood
b bak
e veel
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van adsorberen

adsorberenhele werkwoord — adsorbeerdeverleden tijd enkelvoud — adsorbeerdenverleden tijd meervoud — geadsorbeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik adsorbeer adsorbeerde
jij adsorbeert adsorbeerde
hij, zij, het adsorbeert adsorbeerde
wij adsorberen adsorbeerden
jullie adsorberen adsorbeerden
zij adsorberen adsorbeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
adsorbeer gebiedende wijs
adsorbeerde verleden tijd
adsorbere aanvoegende wijs
adsorberend onvoltooid, deelwoord
ben geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geadsorbeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geadsorbeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geadsorbeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geadsorbeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geadsorbeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geadsorbeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geadsorbeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geadsorbeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geadsorbeerd verleden tijd, deelwoord
geadsorbeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geadsorbeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geadsorbeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geadsorbeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geadsorbeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geadsorbeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geadsorbeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geadsorbeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geadsorbeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geadsorbeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geadsorbeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te adsorberen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geadsorbeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen adsorberen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geadsorbeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geadsorbeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geadsorbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geadsorbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geadsorbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geadsorbeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geadsorbeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geadsorbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geadsorbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geadsorbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geadsorbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geadsorbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geadsorbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geadsorbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geadsorbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geadsorbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geadsorbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geadsorbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geadsorbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geadsorbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geadsorbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geadsorbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen adsorberen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geadsorbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geadsorbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geadsorbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geadsorbeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geadsorbeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geadsorbeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult adsorberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geadsorbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geadsorbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geadsorbeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse adsorber (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van adsorberen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
adsorbeer gebiedende wijs adsorberen
adsorbeerde verleden tijd adsorberen
adsorbeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon adsorberen
adsorbeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon adsorberen
adsorbere aanvoegende wijs adsorberen
adsorberend onvoltooid deelwoord adsorberen
adsorberende woordvorm adsorberen
geadsorbeerd voltooid deelwoord adsorberen
geadsorbeerde woordvorm adsorberen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van adsorberen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over adsorberen

Hoe spreek je adsorberen uit?
De uitspraak van adsorberen is: /ɑtsɔrˈberə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent adsorberen?
Adsorberen is een werkwoord. Het woord betekent: aantrekken, aan de oppervlakte binden.
Hoe vervoeg je adsorberen?
Je vervoegt adsorberen als volgt: de tegenwoordige tijd is adsorbeer, de verleden tijd is adsorbeerde en het voltooid deelwoord is geadsorbeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op adsorberen?

Adsorberen rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord adsorberen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. D 2
  3. S 2
  4. O 1
  5. R 2
  6. B 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

adsorberen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. D 2
  3. S 2
  4. O 1
  5. R 2
  6. B 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

adsorberen in het kort

adsorberen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van adsorberen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort adsorberen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

adsorberen: aantrekken, aan de oppervlakte binden
Deel adsorberen — standaardnederlands.nl