beheren
werkwoord bəˈherə(n)Betekenis
- het beheer hebben over iets, ergens voor verantwoordelijk zijn
- iets leiden, besturen
Hoe spreek je beheren uit?
/bəˈherən/
Beheren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| h | hoed |
| e | veel |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van beheren
beherenhele werkwoord — beheerdeverleden tijd enkelvoud — beheerdenverleden tijd meervoud — beheerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beheer | beheerde |
| jij | beheert | beheerde |
| hij, zij, het | beheert | beheerde |
| wij | beheren | beheerden |
| jullie | beheren | beheerden |
| zij | beheren | beheerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| beheer | gebiedende wijs |
| beheerd | verleden tijd, deelwoord |
| beheerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beheerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beheerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beheerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beheerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beheerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beheerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beheerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beheerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beheerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beheerde | verleden tijd |
| behere | aanvoegende wijs |
| beherend | onvoltooid, deelwoord |
| ben beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is beheerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beheerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beheerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beheerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beheerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beheerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beheerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beheerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beheerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beheren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beheerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beheren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beheren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘besturen’ voor het eerst aangetroffen in 1357
Woordfamilie van beheren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beheerd | voltooid deelwoord | beheren |
| beheerde | verleden tijd | beheren |
| beheerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beheren |
| beheert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beheren |
| behere | aanvoegende wijs | beheren |
| beherend | onvoltooid deelwoord | beheren |
| beherende | woordvorm | beheren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beheren zijn vastgelegd.