Naar de inhoud

bombarderen

bommen of andere projectielen afvuren op iets of iemand

bombarderen

werkwoord bɔmbɑrˈderə(n)

Betekenis

  1. bommen of andere projectielen afvuren op iets of iemand
  2. tot: plotseling iemand een functie geven

Hoe spreek je bombarderen uit?

/bɔmbɑrˈderən/

Bombarderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /bɔmbɑrˈderən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɔ bot
m maan
ɑ bad
r rood
d dak
e veel
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. ~tot: plotseling iemand een functie geven

Vervoeging van bombarderen

bombarderenhele werkwoord — bombardeerdeverleden tijd enkelvoud — bombardeerdenverleden tijd meervoud — gebombardeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bombardeer bombardeerde
jij bombardeert bombardeerde
hij, zij, het bombardeert bombardeerde
wij bombarderen bombardeerden
jullie bombarderen bombardeerden
zij bombarderen bombardeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bombardeer gebiedende wijs
bombardeerde verleden tijd
bombardere aanvoegende wijs
bombarderend onvoltooid, deelwoord
er is gebombardeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebombardeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebombardeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebombardeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebombardeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebombardeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebombardeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebombardeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebombardeerd verleden tijd, deelwoord
gebombardeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebombardeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebombardeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebombardeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebombardeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebombardeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebombardeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebombardeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebombardeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebombardeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebombardeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebombardeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebombardeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebombardeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebombardeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebombardeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebombardeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebombardeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bombarderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebombardeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bombarderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebombardeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebombardeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebombardeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebombardeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebombardeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebombardeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebombardeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebombardeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebombardeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebombardeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebombardeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebombardeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebombardeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebombardeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebombardeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebombardeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebombardeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebombardeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebombardeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebombardeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebombardeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebombardeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebombardeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebombardeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebombardeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebombardeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebombardeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebombardeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bombarderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebombardeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebombardeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebombardeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebombardeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebombardeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebombardeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bombarderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebombardeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebombardeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebombardeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met bommen beschieten’ voor het eerst aangetroffen in 1515

Woordfamilie van bombarderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bombardeer gebiedende wijs bombarderen
bombardeerde verleden tijd bombarderen
bombardeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bombarderen
bombardeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bombarderen
bombardere aanvoegende wijs bombarderen
bombarderend onvoltooid deelwoord bombarderen
bombarderende woordvorm bombarderen
gebombardeerd voltooid deelwoord bombarderen
gebombardeerde woordvorm bombarderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bombarderen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bombarderen

Hoe spreek ik bombarderen uit?
Zo spreek je bombarderen uit: /bɔmbɑrˈderə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van bombarderen?
Bombarderen is een werkwoord. De betekenis is: bommen of andere projectielen afvuren op iets of iemand. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bombarderen?
Zo vervoeg je bombarderen zo: de tegenwoordige tijd is bombardeer, de verleden tijd is bombardeerde en het voltooid deelwoord is gebombardeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bombarderen?

Op bombarderen rijmen 395 woorden, onder andere abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bombarderen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. M 3
  4. B 3
  5. A 1
  6. R 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bombarderen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. M 3
  4. B 4
  5. A 1
  6. R 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bombarderen in het kort

bombarderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bombarderen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bombarderen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bombarderen: bommen of andere projectielen afvuren op iets of iemand
Deel bombarderen — standaardnederlands.nl