Meervoud vormen: zo kies je tussen -en, -s en ’s
Het meervoud van een Nederlands woord eindigt meestal op -en of -s, zoals in boeken en tafels. Op deze pagina leer je welke uitgang bij welk woord hoort, waarom de spelling soms verandert, zoals bij manen en huizen, en welke uitzonderingen je apart moet onthouden. Daarna maak je het meervoud van bijna elk woord zonder twijfel.
Door Maarten Soetens
De hoofdregel: -en of -s
Het meervoud van de meeste zelfstandige naamwoorden eindigt op -en of -s. Welke uitgang je kiest, hangt af van het einde van het woord.
Je gebruikt -en bij de meeste woorden, zoals boek – boeken, tuin – tuinen en dag – dagen. Je gebruikt -s bij woorden die eindigen op een lettergreep zonder klemtoon met -el, -em, -en of -er. Voorbeelden zijn tafel – tafels, bezem – bezems, wagen – wagens en wekker – wekkers. Verkleinwoorden krijgen ook altijd -s: huisje – huisjes.
Bij het toevoegen van -en kan de spelling van het woord veranderen. Dat komt door de regels voor korte en lange klinkers.
- Een korte klinker blijft kort door een dubbele medeklinker: man – mannen en pot – potten.
- Een lange klinker wordt enkel: maan – manen en boot – boten.
- Een s aan het eind wordt vaak een z: huis – huizen en glas – glazen.
- Een f aan het eind wordt vaak een v: brief – brieven en dief – dieven.
Verleng het woord dus eerst in gedachten met -en en luister naar de klank. Dan hoor je meestal wat je moet schrijven. Dat is een snelle controle die in de meeste gevallen klopt. Bij twijfel helpt het ook om het woord hardop in een zin te zeggen, bijvoorbeeld twee boeken of twee tafels. Dan hoor je welke uitgang natuurlijk klinkt.
Voorbeelden van meervouden
Deze voorbeelden laten de verschillende uitgangen en spellingsveranderingen zien. Bij elk woord staat de reden.
- man – mannen verdubbelt de n, omdat de korte a kort moet blijven in een gesloten lettergreep.
- maan – manen verliest een a, omdat de lange klinker nu in een open lettergreep staat.
- huis – huizen verandert de s in een z, want de s klinkt tussen twee klinkers als z.
- brief – brieven verandert de f in een v, want de f klinkt in het meervoud als v.
- tafel – tafels krijgt -s, omdat de laatste lettergreep toonloos is en op -el eindigt.
- wekker – wekkers krijgt -s, omdat het woord op een toonloze lettergreep met -er eindigt.
- foto – foto’s krijgt een apostrof en een s, want het woord eindigt op een klinker.
- dag – dagen krijgt -en en de a blijft enkel, want in da-gen is de klinker al lang.
- kind – kinderen heeft een onregelmatig meervoud op -eren, dat je moet onthouden.
- stad – steden heeft een klinkerwisseling van a naar e, wat een uitzondering is.
Je ziet dat de meeste meervouden een duidelijke reden hebben. Het gaat vaak om de klank van het einde van het woord of om de regels voor klinkers.
Uitzonderingen en onregelmatige meervouden
Bij woorden die eindigen op een klinker gelden aparte regels. Eindigt een woord op -a, -i, -o, -u of -y, dan schrijf je een apostrof en een s: foto’s, taxi’s, paraplu’s en baby’s. De apostrof laat zien dat de klinker lang blijft. Zonder apostrof zou je fotos met een korte o lezen.
Een kleine groep woorden heeft een meervoud op -eren. Dat zijn onder andere kind – kinderen, ei – eieren, blad – bladeren en lied – liederen. Andere woorden veranderen van klinker, zoals stad – steden, schip – schepen en lid – leden.
Bij leenwoorden verschilt het meervoud. Veel leenwoorden krijgen -s, zoals computers en kiwi’s. Sommige woorden uit het Latijn houden een eigen vorm, zoals museum – musea. Bij zulke woorden staat in de woordenlijst vaak ook een tweede vorm, zoals museums.
Let ook op deze patronen:
- Woorden op -heid krijgen -heden: mogelijkheid – mogelijkheden.
- Woorden op -ing krijgen -ingen: oefening – oefeningen.
- Sommige woorden hebben twee meervouden met een andere betekenis: blad wordt bladeren (van een boom) of bladen (tijdschriften of dienbladen).
Bij twijfel kijk je in de Woordenlijst Nederlandse Taal. Daar staat het meervoud bij elk zelfstandig naamwoord vermeld. Een woord op -s met een korte klinker, zoals bus, verdubbelt de s in het meervoud: bussen. Dat volgt uit dezelfde regel voor korte klinkers als bij mannen. Zo hoort alles bij elkaar.
Veelgestelde vragen
Wanneer krijgt een meervoud een apostrof?
Een meervoud krijgt een apostrof voor de s als het woord eindigt op -a, -i, -o, -u of -y. Je schrijft dus foto’s, taxi’s, paraplu’s en baby’s. De apostrof zorgt dat de klinker lang blijft klinken. Zonder apostrof zou je fotos met een korte o lezen. Bij woorden die op een andere letter eindigen, schrijf je geen apostrof.
Waarom schrijf je huizen met een z en huis met een s?
In het enkelvoud huis eindigt het woord op een stemloze s-klank. In het meervoud komt die klank tussen twee klinkers te staan. Daar klinkt hij zacht, dus je schrijft een z. Hetzelfde zie je bij glas – glazen en kaas – kazen. Een goede controle is het woord te verlengen met -en en te luisteren naar de klank.
Heeft een woord soms twee meervouden met een verschillende betekenis?
Ja, dat komt bij sommige woorden voor. Het woord blad heeft de meervouden bladeren en bladen. Met bladeren bedoel je de bladeren van een boom, met bladen bedoel je bijvoorbeeld tijdschriften of dienbladen. Ook band heeft twee meervouden: banden voor fietsbanden en bands voor muziekgroepen. Zoek zulke woorden altijd op als je twijfelt.