Naar de inhoud

reanimeren

het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop, indien er sprake is van een circulatiestilstand

reanimeren

werkwoord /reani'merən/

Betekenis

  1. het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop, indien er sprake is van een circulatiestilstand
  2. wat in een slechte conditie is weer beter te maken

Hoe spreek je reanimeren uit?

/reaniˈmerən/

Reanimeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /reaniˈmerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
e veel
a maan
n nek
i riet
m maan
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van reanimeren

reanimerenhele werkwoord — reanimeerdeverleden tijd enkelvoud — reanimeerdenverleden tijd meervoud — gereanimeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik reanimeer reanimeerde
jij reanimeert reanimeerde
hij, zij, het reanimeert reanimeerde
wij reanimeren reanimeerden
jullie reanimeren reanimeerden
zij reanimeren reanimeerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gereanimeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gereanimeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gereanimeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gereanimeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gereanimeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gereanimeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gereanimeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gereanimeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gereanimeerd verleden tijd, deelwoord
gereanimeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereanimeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gereanimeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gereanimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gereanimeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gereanimeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gereanimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gereanimeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gereanimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gereanimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereanimeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gereanimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereanimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gereanimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gereanimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereanimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereanimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
reanimeer gebiedende wijs
reanimeerde verleden tijd
reanimere aanvoegende wijs
reanimerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gereanimeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te reanimeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen reanimeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gereanimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereanimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gereanimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gereanimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereanimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereanimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gereanimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gereanimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gereanimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gereanimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gereanimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gereanimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gereanimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen reanimeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gereanimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult reanimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse réanimer (met het achtervoegsel -eren) letterlijk: weer levend maken

Woordfamilie van reanimeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gereanimeerd voltooid deelwoord reanimeren
gereanimeerde woordvorm reanimeren
reanimeer gebiedende wijs reanimeren
reanimeerde verleden tijd reanimeren
reanimeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon reanimeren
reanimeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon reanimeren
reanimere aanvoegende wijs reanimeren
reanimerend onvoltooid deelwoord reanimeren
reanimerende woordvorm reanimeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reanimeren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over reanimeren

Hoe spreek ik reanimeren uit?
Zo spreek je reanimeren uit: /reani'merən/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van reanimeren?
Reanimeren is een werkwoord. De betekenis is: het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop, indien er sprake is van een circulatiestilstand. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik reanimeren?
Zo vervoeg je reanimeren zo: de tegenwoordige tijd is reanimeer, de verleden tijd is reanimeerde en het voltooid deelwoord is gereanimeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op reanimeren?

Op reanimeren rijmen 395 woorden, onder andere abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord reanimeren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. A 1
  4. N 1
  5. I 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

reanimeren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. A 1
  4. N 1
  5. I 2
  6. M 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 zonder bonus
  12. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

reanimeren in het kort

reanimeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van reanimeren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort reanimeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

reanimeren: het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop, indien er sprake is van een circulatiestilstand
Deel reanimeren — standaardnederlands.nl