Naar de inhoud

beren

schuld maken

beren is meer dan één woord

beren

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈberə(n)

Betekenis

  1. schuld maken
  2. (Surinaams) geslachtsgemeenschap hebben
  3. (West-Vlaams) kneden
  4. dragen

Hoe spreek je beren uit?

/ˈberən/

Beren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈberən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. schreeuwen unergative

Vervoeging van beren

berenhele werkwoord — beerdeverleden tijd enkelvoud — beerdenverleden tijd meervoud — gebeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beer beerde
jij beert beerde
hij, zij, het beert beerde
wij beren beerden
jullie beren beerden
zij beren beerden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[A] beren canonical
beer gebiedende wijs
beerde verleden tijd
ben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bere aanvoegende wijs
berend onvoltooid, deelwoord
er is gebeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebeerd verleden tijd, deelwoord
gebeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

werkwoord

  1. schulden maken unergative

Vervoeging van beren

berenhele werkwoord — beerdeverleden tijd enkelvoud — beerdenverleden tijd meervoud — gebeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beer beerde
jij beert beerde
hij, zij, het beert beerde
wij beren beerden
jullie beren beerden
zij beren beerden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[B] beren canonical
beer gebiedende wijs
beerde verleden tijd
ben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bere aanvoegende wijs
berend onvoltooid, deelwoord
er is gebeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebeerd verleden tijd, deelwoord
gebeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

werkwoord

  1. bemesten transitive

Vervoeging van beren

berenhele werkwoord — beerdeverleden tijd enkelvoud — beerdenverleden tijd meervoud — gebeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beer beerde
jij beert beerde
hij, zij, het beert beerde
wij beren beerden
jullie beren beerden
zij beren beerden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[C] beren canonical
beer gebiedende wijs
beerde verleden tijd
ben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bere aanvoegende wijs
berend onvoltooid, deelwoord
er is gebeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebeerd verleden tijd, deelwoord
gebeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

werkwoord

  1. geslachtsgemeenschap hebben
  2. slaan Early-Modern-Dutch, transitive

Vervoeging van beren

berenhele werkwoord — beerdeverleden tijd enkelvoud — beerdenverleden tijd meervoud — gebeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beer beerde
jij beert beerde
hij, zij, het beert beerde
wij beren beerden
jullie beren beerden
zij beren beerden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[D] beren canonical
beer gebiedende wijs
beerde verleden tijd
ben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bere aanvoegende wijs
berend onvoltooid, deelwoord
er is gebeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebeerd verleden tijd, deelwoord
gebeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van berennen
  • gebiedende wijs van berennen
  • tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van berennen

Vervoeging van beren

berenhele werkwoord — beerdeverleden tijd enkelvoud — beerdenverleden tijd meervoud — gebeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beer beerde
jij beert beerde
hij, zij, het beert beerde
wij beren beerden
jullie beren beerden
zij beren beerden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[E] berèn canonical
beer gebiedende wijs
beerde verleden tijd
ben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bere aanvoegende wijs
berend onvoltooid, deelwoord
er is gebeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebeerd verleden tijd, deelwoord
gebeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

zelfstandig naamwoord — plural

  1. een familie Ursidae van roofdieren (Carnivora). Beren maken deel uit van de Caniformia, waartoe onder andere ook de hondachtigen worden gerekend. De familie telt acht moderne soorten, verdeeld over vijf geslachten. De meeste beren zijn groot en log van gestalte, hebben stevige, korte ledematen en een kleine staart

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord beer

Woordfamilie van beren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beerde verleden tijd beren
beerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beren
beert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beren
bere aanvoegende wijs beren
gebeerd voltooid deelwoord beren
gebeerde woordvorm beren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over beren

Hoe spreek ik beren uit?
Zo spreek je beren uit: /ˈberə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van beren?
Beren is een werkwoord. De betekenis is: schuld maken. In totaal staan er 10 betekenissen.
Hoe vervoeg ik beren?
Zo vervoeg je beren zo: de tegenwoordige tijd is beer, de verleden tijd is beerde en het voltooid deelwoord is gebeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op beren?

Beren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beren is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beren levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 zonder bonus
  7. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beren telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

beren in het kort

beren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 10 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van beren staan er 80 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort beren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

beren: schuld maken
Deel beren — standaardnederlands.nl