Naar de inhoud

diagnosticeren

een diagnose stellen, de oorzaak van een probleem achterhalen

diagnosticeren

werkwoord /'dɪɑɣnɔstɪ'seːrə(n)/

Betekenis

  1. een diagnose stellen, de oorzaak van een probleem achterhalen

Hoe spreek je diagnosticeren uit?

/ˈdɪɑxnɔstɪˈserən/

Diagnosticeren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdɪɑxnɔstɪˈserən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
ɪ pit
ɑ bad
x acht
n nek
ɔ bot
s sok
t tak
e veel
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. aan de hand van verschijnselen de ziekte bepalen transitive
  2. oorzaak van ervaren problemen achterhalen figuratively, transitive

Vervoeging van diagnosticeren

diagnosticerenhele werkwoord — diagnosticeerdeverleden tijd enkelvoud — diagnosticeerdenverleden tijd meervoud — gediagnosticeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik diagnosticeer diagnosticeerde
jij diagnosticeert diagnosticeerde
hij, zij, het diagnosticeert diagnosticeerde
wij diagnosticeren diagnosticeerden
jullie diagnosticeren diagnosticeerden
zij diagnosticeren diagnosticeerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
diagnosticeer gebiedende wijs
diagnosticeerde verleden tijd
diagnosticere aanvoegende wijs
diagnosticerend onvoltooid, deelwoord
er is gediagnosticeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gediagnosticeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gediagnosticeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gediagnosticeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gediagnosticeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gediagnosticeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gediagnosticeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gediagnosticeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gediagnosticeerd verleden tijd, deelwoord
gediagnosticeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gediagnosticeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gediagnosticeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gediagnosticeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gediagnosticeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gediagnosticeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gediagnosticeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gediagnosticeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gediagnosticeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gediagnosticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gediagnosticeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gediagnosticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gediagnosticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gediagnosticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gediagnosticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gediagnosticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gediagnosticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te diagnosticeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gediagnosticeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen diagnosticeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gediagnosticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gediagnosticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gediagnosticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gediagnosticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gediagnosticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gediagnosticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gediagnosticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gediagnosticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gediagnosticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gediagnosticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen diagnosticeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gediagnosticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gediagnosticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gediagnosticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult diagnosticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gediagnosticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

met het achtervoegsel -eren afgeleid van Frans diagnostiquer ww

Woordfamilie van diagnosticeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
diagnosticeer gebiedende wijs diagnosticeren
diagnosticeerde verleden tijd diagnosticeren
diagnosticeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon diagnosticeren
diagnosticeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon diagnosticeren
diagnosticere aanvoegende wijs diagnosticeren
diagnosticerend onvoltooid deelwoord diagnosticeren
diagnosticerende woordvorm diagnosticeren
gediagnosticeerd voltooid deelwoord diagnosticeren
gediagnosticeerde woordvorm diagnosticeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van diagnosticeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over diagnosticeren

Hoe spreek je diagnosticeren uit?
De uitspraak van diagnosticeren is: /'dɪɑɣnɔstɪ'seːrə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent diagnosticeren?
Diagnosticeren is een werkwoord. Het woord betekent: een diagnose stellen, de oorzaak van een probleem achterhalen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je diagnosticeren?
Je vervoegt diagnosticeren als volgt: de tegenwoordige tijd is diagnosticeer, de verleden tijd is diagnosticeerde en het voltooid deelwoord is gediagnosticeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op diagnosticeren?

Er staan 395 woorden in dit woordenboek die op diagnosticeren rijmen, waaronder abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord diagnosticeren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. A 1
  4. G 3
  5. N 1
  6. O 1
  7. S 2
  8. T 2
  9. I 1
  10. C 5
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

diagnosticeren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. A 1
  4. G 3
  5. N 1
  6. O 1
  7. S 2
  8. T 2
  9. I 2
  10. C 5
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 26 zonder bonus
  16. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

diagnosticeren in het kort

diagnosticeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van diagnosticeren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort diagnosticeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

diagnosticeren: een diagnose stellen, de oorzaak van een probleem achterhalen
Deel diagnosticeren — standaardnederlands.nl