hanteren
werkwoord hɑnˈterə(n)Betekenis
- ermee omgaan
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je hanteren uit?
/hɑnˈterən/
Hanteren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- gebruiken (met name met de handen) transitive
Vervoeging van hanteren
hanterenhele werkwoord — hanteerdeverleden tijd enkelvoud — hanteerdenverleden tijd meervoud — gehanteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hanteer | hanteerde |
| jij | hanteert | hanteerde |
| hij, zij, het | hanteert | hanteerde |
| wij | hanteren | hanteerden |
| jullie | hanteren | hanteerden |
| zij | hanteren | hanteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gehanteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gehanteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gehanteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gehanteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gehanteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gehanteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gehanteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gehanteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehanteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gehanteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehanteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehanteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehanteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehanteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehanteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehanteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehanteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehanteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehanteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehanteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehanteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehanteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehanteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehanteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehanteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehanteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hanteer | gebiedende wijs |
| hanteerde | verleden tijd |
| hantere | aanvoegende wijs |
| hanterend | onvoltooid, deelwoord |
| heb gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehanteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hanteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gehanteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hanteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gehanteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehanteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gehanteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehanteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gehanteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gehanteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gehanteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gehanteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gehanteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehanteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehanteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gehanteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehanteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gehanteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gehanteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehanteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehanteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehanteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehanteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehanteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehanteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehanteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehanteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehanteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehanteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehanteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehanteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehanteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehanteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehanteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehanteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehanteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehanteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehanteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hanteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehanteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehanteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehanteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hanteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘omgaan met, (werktuig) gebruiken’ voor het eerst aangetroffen in 1286
Woordfamilie van hanteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehanteerd | voltooid deelwoord | hanteren |
| hanteer | gebiedende wijs | hanteren |
| hanteerde | verleden tijd | hanteren |
| hanteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hanteren |
| hanteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | hanteren |
| hantere | aanvoegende wijs | hanteren |
| hanterend | onvoltooid deelwoord | hanteren |
| hanterende | woordvorm | hanteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hanteren zijn vastgelegd.