Naar de inhoud

bivakkeren

in de open lucht een kamp hebben

bivakkeren

werkwoord /bivɑ'kerən/

Betekenis

  1. in de open lucht een kamp hebben
  2. ergens een tijdje verblijven vaak op een wat eenvoudige wijze
  3. in een bepaalde emotionele toestand verkeren

Hoe spreek je bivakkeren uit?

/bivɑˈkerən/

Bivakkeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /bivɑˈkerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
i riet
v vis
ɑ bad
k kat
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bivakkeren

bivakkerenhele werkwoord — bivakkeerdeverleden tijd enkelvoud — bivakkeerdenverleden tijd meervoud — gebivakkeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bivakkeer bivakkeerde
jij bivakkeert bivakkeerde
hij, zij, het bivakkeert bivakkeerde
wij bivakkeren bivakkeerden
jullie bivakkeren bivakkeerden
zij bivakkeren bivakkeerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bivakkeer gebiedende wijs
bivakkeerde verleden tijd
bivakkere aanvoegende wijs
bivakkerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gebivakkeerd verleden tijd, deelwoord
gebivakkeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebivakkeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebivakkeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebivakkeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebivakkeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebivakkeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebivakkeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebivakkeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebivakkeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebivakkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebivakkeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebivakkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebivakkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebivakkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebivakkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebivakkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebivakkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bivakkeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebivakkeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bivakkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebivakkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebivakkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebivakkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebivakkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebivakkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebivakkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebivakkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebivakkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebivakkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebivakkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bivakkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebivakkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebivakkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebivakkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bivakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebivakkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van bivak met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van bivakkeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bivakkeer gebiedende wijs bivakkeren
bivakkeerde verleden tijd bivakkeren
bivakkeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bivakkeren
bivakkeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bivakkeren
bivakkere aanvoegende wijs bivakkeren
bivakkerend onvoltooid deelwoord bivakkeren
bivakkerende woordvorm bivakkeren
gebivakkeerd voltooid deelwoord bivakkeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bivakkeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bivakkeren

Hoe spreek je bivakkeren uit?
De uitspraak van bivakkeren is: /bivɑ'kerən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bivakkeren?
Bivakkeren is een werkwoord. Het woord betekent: in de open lucht een kamp hebben. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bivakkeren?
Je vervoegt bivakkeren als volgt: de tegenwoordige tijd is bivakkeer, de verleden tijd is bivakkeerde en het voltooid deelwoord is gebivakkeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bivakkeren?

Op bivakkeren rijmen 395 woorden, onder andere abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bivakkeren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. V 4
  4. A 1
  5. K 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bivakkeren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. V 4
  4. A 1
  5. K 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bivakkeren in het kort

bivakkeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bivakkeren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bivakkeren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bivakkeren: in de open lucht een kamp hebben
Deel bivakkeren — standaardnederlands.nl