Naar de inhoud

concluderen

tot een eis komen

concluderen

werkwoord /ˌkɔŋklyˈderən/

Betekenis

  1. tot een eis komen
  2. tot een besluit komen, een conclusie trekken

Hoe spreek je concluderen uit?

/ˌkɔŋklyˈderən/

Concluderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌkɔŋklyˈderən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɔ bot
ŋ ding
l land
y fuut
d dak
e veel
r rood
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van concluderen

concluderenhele werkwoord — concludeerdeverleden tijd enkelvoud — concludeerdenverleden tijd meervoud — geconcludeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik concludeer concludeerde
jij concludeert concludeerde
hij, zij, het concludeert concludeerde
wij concluderen concludeerden
jullie concluderen concludeerden
zij concluderen concludeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
concludeer gebiedende wijs
concludeerde verleden tijd
concludere aanvoegende wijs
concluderend onvoltooid, deelwoord
er is geconcludeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geconcludeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geconcludeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geconcludeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geconcludeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geconcludeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geconcludeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geconcludeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geconcludeerd verleden tijd, deelwoord
geconcludeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconcludeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconcludeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconcludeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconcludeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconcludeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconcludeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconcludeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconcludeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconcludeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geconcludeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geconcludeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geconcludeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geconcludeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geconcludeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geconcludeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geconcludeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconcludeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te concluderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geconcludeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen concluderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geconcludeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconcludeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geconcludeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconcludeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geconcludeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geconcludeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geconcludeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geconcludeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal concluderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal concluderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal concluderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geconcludeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconcludeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geconcludeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geconcludeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconcludeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geconcludeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou concluderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou concluderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou concluderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geconcludeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconcludeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconcludeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconcludeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconcludeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconcludeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden concluderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden concluderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden concluderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geconcludeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconcludeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconcludeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconcludeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconcludeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconcludeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt concluderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geconcludeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconcludeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen concluderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen concluderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen concluderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen concluderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geconcludeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconcludeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconcludeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconcludeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconcludeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconcludeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult concluderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geconcludeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geconcludeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geconcludeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘besluiten’ voor het eerst aangetroffen in 1370

Woordfamilie van concluderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
concludeer gebiedende wijs concluderen
concludeerde verleden tijd concluderen
concludeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon concluderen
concludeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon concluderen
concludere aanvoegende wijs concluderen
concluderend onvoltooid deelwoord concluderen
concluderende woordvorm concluderen
geconcludeerd voltooid deelwoord concluderen
geconcludeerde woordvorm concluderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van concluderen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over concluderen

Hoe spreek je concluderen uit?
De uitspraak van concluderen is: /ˌkɔŋklyˈderən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent concluderen?
Concluderen is een werkwoord. Het woord betekent: tot een eis komen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je concluderen?
Je vervoegt concluderen als volgt: de tegenwoordige tijd is concludeer, de verleden tijd is concludeerde en het voltooid deelwoord is geconcludeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op concluderen?

Concluderen rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord concluderen is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. C 5
  5. L 3
  6. U 4
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

concluderen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. C 5
  5. L 3
  6. U 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

concluderen in het kort

concluderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van concluderen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort concluderen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

concluderen: tot een eis komen
Deel concluderen — standaardnederlands.nl