participeren
werkwoord /ˌpɑrtisiˈpeːrə(n)/Betekenis
- ergens aan deelnemen
Hoe spreek je participeren uit?
/ˌpɑrtisiˈperən/
Participeren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
| i | riet |
| s | sok |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- investeren in een rechtspersoon om daar een blijvende band mee te scheppen
Vervoeging van participeren
participerenhele werkwoord — participeerdeverleden tijd enkelvoud — participeerdenverleden tijd meervoud — geparticipeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | participeer | participeerde |
| jij | participeert | participeerde |
| hij, zij, het | participeert | participeerde |
| wij | participeren | participeerden |
| jullie | participeren | participeerden |
| zij | participeren | participeerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geparticipeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geparticipeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geparticipeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geparticipeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geparticipeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geparticipeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geparticipeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geparticipeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geparticipeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geparticipeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geparticipeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geparticipeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geparticipeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geparticipeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geparticipeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geparticipeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geparticipeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geparticipeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| participeer | gebiedende wijs |
| participeerde | verleden tijd |
| participere | aanvoegende wijs |
| participerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geparticipeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te participeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen participeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geparticipeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geparticipeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geparticipeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal participeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal participeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal participeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geparticipeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geparticipeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geparticipeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou participeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou participeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou participeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geparticipeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geparticipeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geparticipeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden participeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden participeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden participeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geparticipeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt participeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geparticipeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geparticipeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geparticipeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen participeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen participeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen participeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen participeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geparticipeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult participeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘deelnemen’ voor het eerst aangetroffen in 1408
Woordfamilie van participeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geparticipeerd | voltooid deelwoord | participeren |
| participeer | gebiedende wijs | participeren |
| participeerde | verleden tijd | participeren |
| participeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | participeren |
| participeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | participeren |
| participere | aanvoegende wijs | participeren |
| participerend | onvoltooid deelwoord | participeren |
| participerende | woordvorm | participeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van participeren zijn vastgelegd.