compenseren
werkwoord ˌkɔmpɛnˈzerə(n)Betekenis
- iets goed (proberen te) maken, terug in balans brengen
Hoe spreek je compenseren uit?
/ˌkɔmpɛnˈzerən/
Compenseren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| z | zon |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van compenseren
compenserenhele werkwoord — compenseerdeverleden tijd enkelvoud — compenseerdenverleden tijd meervoud — gecompenseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | compenseer | compenseerde |
| jij | compenseert | compenseerde |
| hij, zij, het | compenseert | compenseerde |
| wij | compenseren | compenseerden |
| jullie | compenseren | compenseerden |
| zij | compenseren | compenseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| compenseer | gebiedende wijs |
| compenseerde | verleden tijd |
| compensere | aanvoegende wijs |
| compenserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecompenseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecompenseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecompenseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecompenseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecompenseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecompenseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecompenseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecompenseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecompenseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecompenseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecompenseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecompenseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecompenseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecompenseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecompenseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecompenseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecompenseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecompenseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecompenseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecompenseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te compenseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecompenseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen compenseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecompenseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecompenseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecompenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecompenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecompenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecompenseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecompenseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecompenseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecompenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecompenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecompenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecompenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecompenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecompenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecompenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecompenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecompenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecompenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecompenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecompenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecompenseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecompenseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen compenseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecompenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecompenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecompenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecompenseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecompenseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecompenseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult compenseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecompenseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecompenseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecompenseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
met het achtervoegsel -eren van Frans compenser ww , in de betekenis van ‘vereffenen’ voor het eerst aangetroffen in 1423
Woordfamilie van compenseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| compenseer | gebiedende wijs | compenseren |
| compenseerde | verleden tijd | compenseren |
| compenseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | compenseren |
| compenseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | compenseren |
| compensere | aanvoegende wijs | compenseren |
| compenserend | onvoltooid deelwoord | compenseren |
| compenserende | woordvorm | compenseren |
| gecompenseerd | voltooid deelwoord | compenseren |
| gecompenseerde | woordvorm | compenseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van compenseren zijn vastgelegd.