Naar de inhoud

ruïneren

helemaal kapotmaken

ruïneren

werkwoord /ˌryiˈnerə(n)/

Betekenis

  1. helemaal kapotmaken
  2. iemand financieel te gronde richten

Hoe spreek je ruïneren uit?

/ˌryiˈnerən/

Ruïneren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ˌryiˈnerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
y fuut
i riet
n nek
e veel
ə de
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ruïneren

ruïnerenhele werkwoord — ruïneerdeverleden tijd enkelvoud — ruïneerdenverleden tijd meervoud — geruïneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ruïneer ruïneerde
jij ruïneert ruïneerde
hij, zij, het ruïneert ruïneerde
wij ruïneren ruïneerden
jullie ruïneren ruïneerden
zij ruïneren ruïneerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geruïneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geruïneerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geruïneerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geruïneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geruïneerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geruïneerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geruïneerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geruïneerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geruïneerd verleden tijd, deelwoord
geruïneerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geruïneerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geruïneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geruïneerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geruïneerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geruïneerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geruïneerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geruïneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geruïneerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geruïneerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geruïneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geruïneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geruïneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geruïneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geruïneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geruïneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geruïneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geruïneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ruïneer gebiedende wijs
ruïneerde verleden tijd
ruïnere aanvoegende wijs
ruïnerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geruïneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ruïneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ruïneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geruïneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geruïneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geruïneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geruïneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geruïneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geruïneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geruïneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geruïneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geruïneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geruïneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geruïneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geruïneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geruïneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geruïneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geruïneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geruïneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geruïneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geruïneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geruïneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geruïneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geruïneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geruïneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geruïneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geruïneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geruïneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geruïneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geruïneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geruïneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geruïneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geruïneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geruïneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geruïneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geruïneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geruïneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ruïneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geruïneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geruïneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geruïneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ruïneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse ruiner (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van ruïneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geruïneerd voltooid deelwoord ruïneren
geruïneerde woordvorm ruïneren
ruïneer gebiedende wijs ruïneren
ruïneerde verleden tijd ruïneren
ruïneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ruïneren
ruïneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ruïneren
ruïnere aanvoegende wijs ruïneren
ruïnerend onvoltooid deelwoord ruïneren
ruïnerende woordvorm ruïneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ruïneren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ruïneren

Hoe spreek ik ruïneren uit?
Zo spreek je ruïneren uit: /ˌryiˈnerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van ruïneren?
Ruïneren is een werkwoord. De betekenis is: helemaal kapotmaken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ruïneren?
Zo vervoeg je ruïneren zo: de tegenwoordige tijd is ruïneer, de verleden tijd is ruïneerde en het voltooid deelwoord is geruïneerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ruïneren?

Ruïneren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ruïneren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. U 4
  3. I 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ruïneren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. U 2
  3. I 2
  4. N 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ruïneren in het kort

ruïneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ruïneren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ruïneren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ruïneren: helemaal kapotmaken
Deel ruïneren — standaardnederlands.nl