pareren
werkwoord /pɑ'rerə(n)/Betekenis
- (een aanval) afweren, afwenden of tegenhouden
Hoe spreek je pareren uit?
/pɑˈrerən/
Pareren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- afweren, afwenden of tegenhouden transitive
Vervoeging van pareren
parerenhele werkwoord — pareerdeverleden tijd enkelvoud — pareerdenverleden tijd meervoud — gepareerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pareer | pareerde |
| jij | pareert | pareerde |
| hij, zij, het | pareert | pareerde |
| wij | pareren | pareerden |
| jullie | pareren | pareerden |
| zij | pareren | pareerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gepareerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepareerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepareerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepareerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepareerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepareerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepareerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepareerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepareerd | verleden tijd, deelwoord |
| gepareerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepareerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepareerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepareerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepareerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepareerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepareerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepareerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepareerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepareerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pareer | gebiedende wijs |
| pareerde | verleden tijd |
| parere | aanvoegende wijs |
| parerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepareerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pareren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pareren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal pareren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pareren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pareren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou pareren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pareren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pareren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden pareren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pareren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pareren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt pareren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen pareren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pareren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pareren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pareren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult pareren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afwenden’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van pareren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepareerd | voltooid deelwoord | pareren |
| gepareerde | woordvorm | pareren |
| pareer | gebiedende wijs | pareren |
| pareerde | verleden tijd | pareren |
| pareerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pareren |
| pareert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pareren |
| parere | aanvoegende wijs | pareren |
| parerend | onvoltooid deelwoord | pareren |
| parerende | woordvorm | pareren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pareren zijn vastgelegd.