Naar de inhoud

ontberen

iets missen waaraan men grote behoefte heeft

ontberen

werkwoord /ɔntˈberə(n)/

Betekenis

  1. iets missen waaraan men grote behoefte heeft

Hoe spreek je ontberen uit?

/ɔntˈberən/

Ontberen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔntˈberən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
b bak
e veel
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ontberen

ontberenhele werkwoord — ontbeerdeverleden tijd enkelvoud — ontbeerdenverleden tijd meervoud — ontbeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontbeer ontbeerde
jij ontbeert ontbeerde
hij, zij, het ontbeert ontbeerde
wij ontberen ontbeerden
jullie ontberen ontbeerden
zij ontberen ontbeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontbeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontbeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontbeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontbeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontbeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontbeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontbeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontbeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontbeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontbeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontbeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontbeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontbeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontbeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontbeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontbeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontbeer gebiedende wijs
ontbeerd verleden tijd, deelwoord
ontbeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontbeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontbeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontbeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontbeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontbeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontbeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontbeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontbeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontbeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontbeerde verleden tijd
ontbere aanvoegende wijs
ontberend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontbeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontberen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontberen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontbeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontbeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontbeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontbeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontbeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontbeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontbeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontbeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontbeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontbeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontbeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontbeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontbeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontbeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontbeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontbeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontberen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontbeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontbeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontbeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘missen’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Woordfamilie van ontberen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontbeer gebiedende wijs ontberen
ontbeerd voltooid deelwoord ontberen
ontbeerde verleden tijd ontberen
ontbeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontberen
ontbeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontberen
ontbere aanvoegende wijs ontberen
ontberend onvoltooid deelwoord ontberen
ontberende woordvorm ontberen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontberen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontberen

Hoe spreek ik ontberen uit?
Zo spreek je ontberen uit: /ɔntˈberə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van ontberen?
Ontberen is een werkwoord. De betekenis is: iets missen waaraan men grote behoefte heeft.
Hoe vervoeg ik ontberen?
Zo vervoeg je ontberen zo: de tegenwoordige tijd is ontbeer, de verleden tijd is ontbeerde en het voltooid deelwoord is ontbeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ontberen?

Ontberen rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontberen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. B 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontberen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. B 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontberen in het kort

ontberen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontberen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontberen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontberen: iets missen waaraan men grote behoefte heeft
Deel ontberen — standaardnederlands.nl