Naar de inhoud

scanderen

een Latijns of Grieks vers opsplitsen in zijn onderdelen om te beoordelen of het correct opgebouwd is

scanderen

werkwoord skɑnˈderə(n)

Betekenis

  1. een Latijns of Grieks vers opsplitsen in zijn onderdelen om te beoordelen of het correct opgebouwd is
  2. een Latijns of Grieks vers ritmisch declameren met één sterke nadruk per versvoet
  3. (vaak in groep) opzeggen of uitroepen met een sterke nadruk op de afzonderlijke lettergrepen

Hoe spreek je scanderen uit?

/skɑnˈderən/

Scanderen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /skɑnˈderən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
k kat
ɑ bad
n nek
d dak
e veel
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. [een Latijns of Grieks vers] opsplitsen in zijn onderdelen om te beoordelen of het correct opgebouwd is transitive
  2. [een Latijns of Grieks vers] ritmisch declameren met één sterke nadruk per versvoet transitive
  3. opzeggen of uitroepen met een sterke nadruk op de afzonderlijke lettergrepen transitive

Vervoeging van scanderen

scanderenhele werkwoord — scandeerdeverleden tijd enkelvoud — scandeerdenverleden tijd meervoud — gescandeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik scandeer scandeerde
jij scandeert scandeerde
hij, zij, het scandeert scandeerde
wij scanderen scandeerden
jullie scanderen scandeerden
zij scanderen scandeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gescandeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gescandeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gescandeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gescandeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gescandeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gescandeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gescandeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gescandeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gescandeerd verleden tijd, deelwoord
gescandeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gescandeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gescandeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gescandeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gescandeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gescandeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gescandeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gescandeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gescandeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gescandeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gescandeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gescandeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gescandeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gescandeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gescandeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gescandeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gescandeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gescandeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
scandeer gebiedende wijs
scandeerde verleden tijd
scandere aanvoegende wijs
scanderend onvoltooid, deelwoord
te hebben gescandeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te scanderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen scanderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gescandeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gescandeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gescandeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gescandeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gescandeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gescandeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gescandeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gescandeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gescandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gescandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gescandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gescandeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gescandeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal scanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal scanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal scanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gescandeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gescandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gescandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gescandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gescandeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gescandeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gescandeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou scanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou scanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou scanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gescandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gescandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gescandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gescandeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gescandeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gescandeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden scanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden scanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden scanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gescandeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gescandeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt scanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gescandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gescandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gescandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gescandeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gescandeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gescandeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen scanderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen scanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen scanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen scanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gescandeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gescandeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gescandeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult scanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het metrum doen uitkomen’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Woordfamilie van scanderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gescandeerd voltooid deelwoord scanderen
gescandeerde woordvorm scanderen
scandeer gebiedende wijs scanderen
scandeerde verleden tijd scanderen
scandeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon scanderen
scandeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon scanderen
scandere aanvoegende wijs scanderen
scanderend onvoltooid deelwoord scanderen
scanderende woordvorm scanderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scanderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over scanderen

Hoe spreek je scanderen uit?
De uitspraak van scanderen is: /skɑnˈderə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent scanderen?
Scanderen is een werkwoord. Het woord betekent: een Latijns of Grieks vers opsplitsen in zijn onderdelen om te beoordelen of het correct opgebouwd is. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je scanderen?
Je vervoegt scanderen als volgt: de tegenwoordige tijd is scandeer, de verleden tijd is scandeerde en het voltooid deelwoord is gescandeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op scanderen?

Scanderen rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord scanderen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. A 1
  4. N 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

scanderen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. A 1
  4. N 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

scanderen in het kort

scanderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van scanderen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort scanderen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

scanderen: een Latijns of Grieks vers opsplitsen in zijn onderdelen om te beoordelen of het correct opgebouwd is
Deel scanderen — standaardnederlands.nl