scanderen
werkwoord skɑnˈderə(n)Betekenis
- een Latijns of Grieks vers opsplitsen in zijn onderdelen om te beoordelen of het correct opgebouwd is
- een Latijns of Grieks vers ritmisch declameren met één sterke nadruk per versvoet
- (vaak in groep) opzeggen of uitroepen met een sterke nadruk op de afzonderlijke lettergrepen
Hoe spreek je scanderen uit?
/skɑnˈderən/
Scanderen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- [een Latijns of Grieks vers] opsplitsen in zijn onderdelen om te beoordelen of het correct opgebouwd is transitive
- [een Latijns of Grieks vers] ritmisch declameren met één sterke nadruk per versvoet transitive
- opzeggen of uitroepen met een sterke nadruk op de afzonderlijke lettergrepen transitive
Vervoeging van scanderen
scanderenhele werkwoord — scandeerdeverleden tijd enkelvoud — scandeerdenverleden tijd meervoud — gescandeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | scandeer | scandeerde |
| jij | scandeert | scandeerde |
| hij, zij, het | scandeert | scandeerde |
| wij | scanderen | scandeerden |
| jullie | scanderen | scandeerden |
| zij | scanderen | scandeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gescandeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gescandeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gescandeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gescandeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gescandeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gescandeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gescandeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gescandeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gescandeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gescandeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gescandeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gescandeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gescandeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gescandeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gescandeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gescandeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gescandeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gescandeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gescandeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gescandeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gescandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gescandeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gescandeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gescandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gescandeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gescandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gescandeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| scandeer | gebiedende wijs |
| scandeerde | verleden tijd |
| scandere | aanvoegende wijs |
| scanderend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gescandeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te scanderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen scanderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gescandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gescandeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gescandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gescandeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gescandeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gescandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gescandeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gescandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gescandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gescandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gescandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gescandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gescandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gescandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gescandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gescandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gescandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gescandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gescandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gescandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gescandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gescandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gescandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gescandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gescandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gescandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gescandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gescandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gescandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gescandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gescandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gescandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gescandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gescandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen scanderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gescandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gescandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gescandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult scanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het metrum doen uitkomen’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van scanderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gescandeerd | voltooid deelwoord | scanderen |
| gescandeerde | woordvorm | scanderen |
| scandeer | gebiedende wijs | scanderen |
| scandeerde | verleden tijd | scanderen |
| scandeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | scanderen |
| scandeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | scanderen |
| scandere | aanvoegende wijs | scanderen |
| scanderend | onvoltooid deelwoord | scanderen |
| scanderende | woordvorm | scanderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scanderen zijn vastgelegd.