Naar de inhoud

retoucheren

wijzigingen aanbrengen aan een foto

retoucheren

werkwoord ˌretuˈʃerə(n)

Betekenis

  1. wijzigingen aanbrengen aan een foto

Hoe spreek je retoucheren uit?

/ˌretuˈʃerən/

Retoucheren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌretuˈʃerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
e veel
t tak
u boek
ʃ sjaal
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van retoucheren

retoucherenhele werkwoord — retoucheerdeverleden tijd enkelvoud — retoucheerdenverleden tijd meervoud — geretoucheerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik retoucheer retoucheerde
jij retoucheert retoucheerde
hij, zij, het retoucheert retoucheerde
wij retoucheren retoucheerden
jullie retoucheren retoucheerden
zij retoucheren retoucheerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geretoucheerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geretoucheerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geretoucheerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geretoucheerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geretoucheerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geretoucheerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geretoucheerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geretoucheerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geretoucheerd verleden tijd, deelwoord
geretoucheerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geretoucheerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geretoucheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geretoucheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geretoucheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geretoucheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geretoucheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geretoucheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geretoucheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geretoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geretoucheerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geretoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geretoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geretoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geretoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geretoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geretoucheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
retoucheer gebiedende wijs
retoucheerde verleden tijd
retouchere aanvoegende wijs
retoucherend onvoltooid, deelwoord
te hebben geretoucheerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te retoucheren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen retoucheren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geretoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geretoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geretoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geretoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geretoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geretoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geretoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geretoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geretoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geretoucheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geretoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geretoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geretoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen retoucheren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geretoucheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult retoucheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse retoucher (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van retoucheren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geretoucheerd voltooid deelwoord retoucheren
geretoucheerde woordvorm retoucheren
retoucheer gebiedende wijs retoucheren
retoucheerde verleden tijd retoucheren
retoucheerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon retoucheren
retoucheert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon retoucheren
retouchere aanvoegende wijs retoucheren
retoucherend onvoltooid deelwoord retoucheren
retoucherende woordvorm retoucheren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van retoucheren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over retoucheren

Hoe spreek je retoucheren uit?
De uitspraak van retoucheren is: /ˌretuˈʃerə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent retoucheren?
Retoucheren is een werkwoord. Het woord betekent: wijzigingen aanbrengen aan een foto.
Hoe vervoeg je retoucheren?
Je vervoegt retoucheren als volgt: de tegenwoordige tijd is retoucheer, de verleden tijd is retoucheerde en het voltooid deelwoord is geretoucheerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op retoucheren?

Retoucheren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord retoucheren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. T 2
  4. O 1
  5. U 4
  6. C 5
  7. H 4
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

retoucheren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. T 2
  4. O 1
  5. U 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

retoucheren in het kort

retoucheren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van retoucheren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort retoucheren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

retoucheren: wijzigingen aanbrengen aan een foto
Deel retoucheren — standaardnederlands.nl