veren
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord ˈverə(n)Betekenis
- schokken opvangen
- met veren (lichaamsbedekking van een vogel) vervaardigd
- gever, schenker
Hoe spreek je veren uit?
/ˈverən/
Veren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van veren
verenhele werkwoord — veerdeverleden tijd enkelvoud — veerdenverleden tijd meervoud — geveerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | veer | veerde |
| jij | veert | veerde |
| hij, zij, het | veert | veerde |
| wij | veren | veerden |
| jullie | veren | veerden |
| zij | veren | veerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geveerd | verleden tijd, deelwoord |
| geveerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geveerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te veren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen veren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veer | gebiedende wijs |
| veerde | verleden tijd |
| vere | aanvoegende wijs |
| verend | onvoltooid, deelwoord |
| zal geveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal veren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal veren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal veren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou veren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou veren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou veren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden veren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden veren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden veren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt veren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen veren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen veren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen veren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen veren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult veren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord veer
Herkomst
ww, bn: afgeleid van veer zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van veren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| veerde | verleden tijd | veren |
| veerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | veren |
| veert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | veren |
| vere | aanvoegende wijs | veren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veren zijn vastgelegd.