accorderen
werkwoord ˌɑkɔrˈderə(n)Betekenis
- tot een akkoord komen, het eens worden
Hoe spreek je accorderen uit?
/ˌɑkɔrˈderən/
Accorderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| d | dak |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van accorderen
accorderenhele werkwoord — accordeerdeverleden tijd enkelvoud — accordeerdenverleden tijd meervoud — geaccordeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | accordeer | accordeerde |
| jij | accordeert | accordeerde |
| hij, zij, het | accordeert | accordeerde |
| wij | accorderen | accordeerden |
| jullie | accorderen | accordeerden |
| zij | accorderen | accordeerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| accordeer | gebiedende wijs |
| accordeerde | verleden tijd |
| accordere | aanvoegende wijs |
| accorderend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geaccordeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geaccordeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geaccordeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geaccordeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geaccordeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geaccordeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geaccordeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geaccordeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geaccordeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geaccordeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geaccordeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geaccordeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geaccordeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geaccordeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geaccordeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geaccordeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geaccordeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geaccordeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geaccordeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geaccordeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geaccordeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geaccordeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geaccordeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geaccordeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geaccordeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geaccordeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te accorderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geaccordeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen accorderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geaccordeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geaccordeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geaccordeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geaccordeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geaccordeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geaccordeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geaccordeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geaccordeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geaccordeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geaccordeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen accorderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geaccordeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geaccordeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geaccordeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult accorderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geaccordeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘overeenkomen, overeenstemmen’ voor het eerst aangetroffen in 1281
Woordfamilie van accorderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| accordeer | gebiedende wijs | accorderen |
| accordeerde | verleden tijd | accorderen |
| accordeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | accorderen |
| accordeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | accorderen |
| accordere | aanvoegende wijs | accorderen |
| accorderend | onvoltooid deelwoord | accorderen |
| accorderende | woordvorm | accorderen |
| geaccordeerd | voltooid deelwoord | accorderen |
| geaccordeerde | woordvorm | accorderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van accorderen zijn vastgelegd.