parachuteren
werkwoord /paraʃy'terə(n)/Betekenis
- aan een parachute neerlaten
- een onbekend persoon een hoge functie bezorgen voorbijgaand aan de gebruikelijke regels
Hoe spreek je parachuteren uit?
/paraʃyˈterən/
Parachuteren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| a | maan |
| r | rood |
| ʃ | sjaal |
| y | fuut |
| t | tak |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van parachuteren
parachuterenhele werkwoord — parachuteerdeverleden tijd enkelvoud — parachuteerdenverleden tijd meervoud — geparachuteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | parachuteer | parachuteerde |
| jij | parachuteert | parachuteerde |
| hij, zij, het | parachuteert | parachuteerde |
| wij | parachuteren | parachuteerden |
| jullie | parachuteren | parachuteerden |
| zij | parachuteren | parachuteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geparachuteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geparachuteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geparachuteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geparachuteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geparachuteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geparachuteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geparachuteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geparachuteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geparachuteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geparachuteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geparachuteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geparachuteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geparachuteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geparachuteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geparachuteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geparachuteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geparachuteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geparachuteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geparachuteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geparachuteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| parachuteer | gebiedende wijs |
| parachuteerde | verleden tijd |
| parachutere | aanvoegende wijs |
| parachuterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geparachuteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te parachuteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen parachuteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geparachuteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geparachuteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geparachuteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geparachuteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geparachuteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geparachuteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geparachuteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geparachuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geparachuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geparachuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geparachuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geparachuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geparachuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geparachuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geparachuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geparachuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geparachuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geparachuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geparachuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geparachuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geparachuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geparachuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geparachuteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geparachuteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geparachuteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geparachuteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geparachuteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geparachuteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen parachuteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geparachuteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geparachuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geparachuteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult parachuteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse parachuter (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van parachuteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geparachuteerd | voltooid deelwoord | parachuteren |
| geparachuteerde | woordvorm | parachuteren |
| parachuteer | gebiedende wijs | parachuteren |
| parachuteerde | verleden tijd | parachuteren |
| parachuteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | parachuteren |
| parachuteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | parachuteren |
| parachutere | aanvoegende wijs | parachuteren |
| parachuterend | onvoltooid deelwoord | parachuteren |
| parachuterende | woordvorm | parachuteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parachuteren zijn vastgelegd.