discrimineren
werkwoord ˌdɪskrimiˈnerə(n)Betekenis
- maken van onderscheid
- (iemand) ongelijk behandelen vanwege kenmerken die er niet toe mogen doen, d.w.z. (iemand) achterstellen of benadelen op grond van bepaalde kenmerken als etnische of nationale afkomst, religieuze overtuiging, huidskleur, ras, geslacht, seksuele geaardheid, en leeftijd
Hoe spreek je discrimineren uit?
/ˌdɪskrimiˈnerən/
Discrimineren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| k | kat |
| r | rood |
| i | riet |
| m | maan |
| n | nek |
| e | veel |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- ongelijk behandelen vanwege kenmerken die er niet toe mogen doen, d.w.z. (iemand) achterstellen of benadelen op grond van bepaalde kenmerken als etnische of nationale afkomst, religieuze overtuiging, huidskleur, ras, geslacht, seksuele geaardheid, en leeftijd unergative
Vervoeging van discrimineren
discriminerenhele werkwoord — discrimineerdeverleden tijd enkelvoud — discrimineerdenverleden tijd meervoud — gediscrimineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | discrimineer | discrimineerde |
| jij | discrimineert | discrimineerde |
| hij, zij, het | discrimineert | discrimineerde |
| wij | discrimineren | discrimineerden |
| jullie | discrimineren | discrimineerden |
| zij | discrimineren | discrimineerden |
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| discrimineer | gebiedende wijs |
| discrimineerde | verleden tijd |
| discrimineeren | |
| discriminere | aanvoegende wijs |
| discriminerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gediscrimineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gediscrimineerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gediscrimineerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gediscrimineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gediscrimineerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gediscrimineerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gediscrimineerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gediscrimineerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gediscrimineerd | verleden tijd, deelwoord |
| gediscrimineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gediscrimineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gediscrimineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gediscrimineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gediscrimineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gediscrimineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gediscrimineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gediscrimineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gediscrimineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gediscrimineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gediscrimineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gediscrimineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gediscrimineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gediscrimineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gediscrimineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gediscrimineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gediscrimineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te discrimineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gediscrimineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen discrimineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gediscrimineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gediscrimineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gediscrimineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gediscrimineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gediscrimineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gediscrimineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gediscrimineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gediscrimineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gediscrimineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gediscrimineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen discrimineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gediscrimineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gediscrimineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gediscrimineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult discrimineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gediscrimineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van Frans discriminer (met het achtervoegsel -eren), dat weer teruggaat op Latijn discrimen "onderscheid" **[2]: in de betekenis van ‘niet gelijk behandelen’ voor het eerst aangetroffen in 1955
Woordfamilie van discrimineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| discrimineer | gebiedende wijs | discrimineren |
| discrimineerde | verleden tijd | discrimineren |
| discrimineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | discrimineren |
| discrimineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | discrimineren |
| discriminere | aanvoegende wijs | discrimineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van discrimineren zijn vastgelegd.