Naar de inhoud

fixeren

de blik onafwendbaar op iets richten

fixeren

werkwoord fɪkˈserə(n)

Betekenis

  1. de blik onafwendbaar op iets richten
  2. een ontwikkeld fotografisch beeld vastleggen door een behandeling met bijvoorbeeld een thiosulfaatoplossing
  3. de gedachten alsmaar om een bepaalde zaak laten draaien

Hoe spreek je fixeren uit?

/fɪkˈserən/

Fixeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /fɪkˈserən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
f fiets
ɪ pit
k kat
s sok
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van fixeren

fixerenhele werkwoord — fixeerdeverleden tijd enkelvoud — fixeerdenverleden tijd meervoud — gefixeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik fixeer fixeerde
jij fixeert fixeerde
hij, zij, het fixeert fixeerde
wij fixeren fixeerden
jullie fixeren fixeerden
zij fixeren fixeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gefixeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefixeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefixeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefixeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefixeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefixeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefixeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefixeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
fixeer gebiedende wijs
fixeerde verleden tijd
fixere aanvoegende wijs
fixerend onvoltooid, deelwoord
gefixeerd verleden tijd, deelwoord
gefixeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefixeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefixeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefixeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefixeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefixeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefixeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefixeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefixeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefixeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefixeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefixeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefixeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefixeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefixeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefixeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefixeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefixeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te fixeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefixeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen fixeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gefixeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefixeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gefixeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefixeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gefixeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gefixeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gefixeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gefixeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal fixeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal fixeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal fixeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefixeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefixeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefixeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gefixeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefixeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gefixeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou fixeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou fixeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou fixeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefixeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefixeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefixeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefixeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefixeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefixeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden fixeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden fixeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden fixeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefixeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefixeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefixeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefixeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefixeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefixeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt fixeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefixeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefixeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen fixeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen fixeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen fixeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen fixeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefixeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefixeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefixeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefixeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefixeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefixeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult fixeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefixeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefixeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefixeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

ww: afgeleid van het Franse fixer (met het achtervoegsel -eren), in de betekenis van ‘vastmaken, vastleggen’ voor het eerst aangetroffen in 1485

Woordfamilie van fixeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fixeerde verleden tijd fixeren
fixeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon fixeren
fixeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon fixeren
fixere aanvoegende wijs fixeren
fixerend onvoltooid deelwoord fixeren
fixerende woordvorm fixeren
gefixeerd voltooid deelwoord fixeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fixeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over fixeren

Hoe spreek ik fixeren uit?
Zo spreek je fixeren uit: /fɪkˈserə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van fixeren?
Fixeren is een werkwoord. De betekenis is: de blik onafwendbaar op iets richten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik fixeren?
Zo vervoeg je fixeren zo: de tegenwoordige tijd is fixeer, de verleden tijd is fixeerde en het voltooid deelwoord is gefixeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op fixeren?

Er staan 395 woorden in dit woordenboek die op fixeren rijmen, waaronder abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord fixeren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. I 1
  3. X 8
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

fixeren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 145 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. I 2
  3. X 8
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 19 zonder bonus
  9. 145 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

fixeren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

fixeren in het kort

fixeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van fixeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort fixeren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

fixeren: de blik onafwendbaar op iets richten
Deel fixeren — standaardnederlands.nl