Naar de inhoud

arresteren

van overheidswege in hechtenis nemen

arresteren

werkwoord ˌɑrɛsˈterə(n)

Betekenis

  1. van overheidswege in hechtenis nemen

Hoe spreek je arresteren uit?

/ˌɑrɛsˈterən/

Arresteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌɑrɛsˈterən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
r rood
ɛ bed
s sok
t tak
e veel
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van arresteren

arresterenhele werkwoord — arresteerdeverleden tijd enkelvoud — arresteerdenverleden tijd meervoud — gearresteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik arresteer arresteerde
jij arresteert arresteerde
hij, zij, het arresteert arresteerde
wij arresteren arresteerden
jullie arresteren arresteerden
zij arresteren arresteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
arresteer gebiedende wijs
arresteerde verleden tijd
arrestere aanvoegende wijs
arresterend onvoltooid, deelwoord
ben gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gearresteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gearresteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gearresteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gearresteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gearresteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gearresteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gearresteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gearresteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gearresteerd verleden tijd, deelwoord
gearresteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gearresteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gearresteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gearresteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gearresteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gearresteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gearresteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gearresteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gearresteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gearresteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gearresteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gearresteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gearresteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gearresteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gearresteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gearresteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gearresteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gearresteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te arresteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gearresteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen arresteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gearresteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gearresteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gearresteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gearresteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gearresteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gearresteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gearresteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gearresteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal arresteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal arresteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal arresteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gearresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gearresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gearresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gearresteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gearresteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gearresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou arresteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou arresteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou arresteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gearresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gearresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gearresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gearresteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gearresteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gearresteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden arresteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden arresteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden arresteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gearresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gearresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gearresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gearresteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gearresteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gearresteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt arresteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gearresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gearresteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen arresteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen arresteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen arresteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen arresteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gearresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gearresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gearresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gearresteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gearresteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gearresteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult arresteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gearresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gearresteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gearresteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘in hechtenis nemen’ voor het eerst aangetroffen in 1276

Woordfamilie van arresteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
arresteer gebiedende wijs arresteren
arresteerde verleden tijd arresteren
arresteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon arresteren
arresteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon arresteren
arrestere aanvoegende wijs arresteren
arresterend onvoltooid deelwoord arresteren
arresterende woordvorm arresteren
gearresteerd voltooid deelwoord arresteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van arresteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over arresteren

Hoe spreek ik arresteren uit?
Zo spreek je arresteren uit: /ˌɑrɛsˈterə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van arresteren?
Arresteren is een werkwoord. De betekenis is: van overheidswege in hechtenis nemen.
Hoe vervoeg ik arresteren?
Zo vervoeg je arresteren zo: de tegenwoordige tijd is arresteer, de verleden tijd is arresteerde en het voltooid deelwoord is gearresteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op arresteren?

Arresteren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord arresteren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. R 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

arresteren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. R 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 zonder bonus
  12. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

arresteren in het kort

arresteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van arresteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort arresteren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

arresteren: van overheidswege in hechtenis nemen
Deel arresteren — standaardnederlands.nl