Naar de inhoud

doseren

vaststellen hoeveel ervan gewenst is om een bepaald resultaat te bereiken

doseren

werkwoord doˈzerə(n)

Betekenis

  1. vaststellen hoeveel ervan gewenst is om een bepaald resultaat te bereiken
  2. verdelen over een reeks afgepaste hoeveelheden om een gewenst resultaat te bereiken
  3. in een afgepaste hoeveelheid toevoegen

Hoe spreek je doseren uit?

/doˈzerən/

Doseren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /doˈzerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
z zon
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van doseren

doserenhele werkwoord — doseerdeverleden tijd enkelvoud — doseerdenverleden tijd meervoud — gedoseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doseer doseerde
jij doseert doseerde
hij, zij, het doseert doseerde
wij doseren doseerden
jullie doseren doseerden
zij doseren doseerden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
doseer gebiedende wijs
doseerde verleden tijd
doseeren
dosere aanvoegende wijs
doserend onvoltooid, deelwoord
er is gedoseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedoseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedoseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedoseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedoseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedoseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedoseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedoseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedoseerd verleden tijd, deelwoord
gedoseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedoseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedoseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedoseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedoseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedoseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedoseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedoseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedoseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedoseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedoseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedoseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedoseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedoseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedoseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedoseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedoseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedoseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedoseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedoseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedoseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedoseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedoseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedoseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedoseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedoseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedoseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedoseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedoseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedoseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedoseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedoseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedoseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedoseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedoseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedoseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedoseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedoseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedoseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedoseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedoseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedoseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedoseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedoseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedoseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt doseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedoseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedoseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen doseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedoseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedoseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedoseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedoseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedoseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedoseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult doseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedoseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedoseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedoseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

wellicht via Frans doser van middeleeuws Latijn dosare, in de betekenis van ‘een dosis bepalen’ aangetroffen vanaf 1872, zie vindplaats hieronder

Woordfamilie van doseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doseer gebiedende wijs doseren
doseerde verleden tijd doseren
doseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doseren
doseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doseren
dosere aanvoegende wijs doseren
doserend onvoltooid deelwoord doseren
doserende woordvorm doseren
gedoseerd voltooid deelwoord doseren
gedoseerde woordvorm doseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over doseren

Hoe spreek je doseren uit?
De uitspraak van doseren is: /doˈzerə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent doseren?
Doseren is een werkwoord. Het woord betekent: vaststellen hoeveel ervan gewenst is om een bepaald resultaat te bereiken. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je doseren?
Je vervoegt doseren als volgt: de tegenwoordige tijd is doseer, de verleden tijd is doseerde en het voltooid deelwoord is gedoseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op doseren?

Doseren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doseren is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. S 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doseren levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 82 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. S 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 zonder bonus
  9. 82 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

doseren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

doseren in het kort

doseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van doseren zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doseren: vaststellen hoeveel ervan gewenst is om een bepaald resultaat te bereiken
Deel doseren — standaardnederlands.nl