Naar de inhoud

balloteren

stemmen over iemands toelating bij een sociëteit of vereniging

balloteren

werkwoord /bɑlɔ'terə(n)/

Betekenis

  1. stemmen over iemands toelating bij een sociëteit of vereniging
  2. het heen en weer bewegen van een voorwerp in een vloeistof
  3. (België) herstemmen

Hoe spreek je balloteren uit?

/bɑlɔˈterən/

Balloteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /bɑlɔˈterən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɑ bad
l land
ɔ bot
t tak
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. herstemmen unergative

Vervoeging van balloteren

balloterenhele werkwoord — balloteerdeverleden tijd enkelvoud — balloteerdenverleden tijd meervoud — geballoteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik balloteer balloteerde
jij balloteert balloteerde
hij, zij, het balloteert balloteerde
wij balloteren balloteerden
jullie balloteren balloteerden
zij balloteren balloteerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
balloteer gebiedende wijs
balloteerde verleden tijd
ballotere aanvoegende wijs
balloterend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geballoteerd verleden tijd, deelwoord
geballoteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geballoteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geballoteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geballoteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geballoteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geballoteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geballoteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geballoteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geballoteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geballoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geballoteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geballoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geballoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geballoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geballoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geballoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geballoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te balloteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geballoteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen balloteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal balloteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal balloteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal balloteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geballoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geballoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geballoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou balloteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou balloteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou balloteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geballoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geballoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geballoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden balloteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden balloteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden balloteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geballoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geballoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geballoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt balloteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geballoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen balloteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen balloteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen balloteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen balloteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geballoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geballoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geballoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult balloteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geballoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stemmen over toelating als lid’ voor het eerst aangetroffen in 1808

Woordfamilie van balloteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
balloteer gebiedende wijs balloteren
balloteerde verleden tijd balloteren
balloteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon balloteren
balloteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon balloteren
ballotere aanvoegende wijs balloteren
balloterend onvoltooid deelwoord balloteren
balloterende woordvorm balloteren
geballoteerd voltooid deelwoord balloteren
geballoteerde woordvorm balloteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van balloteren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over balloteren

Hoe spreek ik balloteren uit?
Zo spreek je balloteren uit: /bɑlɔ'terə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van balloteren?
Balloteren is een werkwoord. De betekenis is: stemmen over iemands toelating bij een sociëteit of vereniging. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik balloteren?
Zo vervoeg je balloteren zo: de tegenwoordige tijd is balloteer, de verleden tijd is balloteerde en het voltooid deelwoord is geballoteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op balloteren?

Er staan 395 woorden in dit woordenboek die op balloteren rijmen, waaronder abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord balloteren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. A 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. O 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

balloteren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. O 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

balloteren in het kort

balloteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van balloteren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort balloteren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

balloteren: stemmen over iemands toelating bij een sociëteit of vereniging
Deel balloteren — standaardnederlands.nl