bestuderen
werkwoord bəstyˈderə(n)Betekenis
- je er grondig in verdiepen
Hoe spreek je bestuderen uit?
/bəstyˈderən/
Bestuderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| t | tak |
| y | fuut |
| d | dak |
| e | veel |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- iets onderzoeken door het grondig te observeren
Vervoeging van bestuderen
bestuderenhele werkwoord — bestudeerdeverleden tijd enkelvoud — bestudeerdenverleden tijd meervoud — bestudeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bestudeer | bestudeerde |
| jij | bestudeert | bestudeerde |
| hij, zij, het | bestudeert | bestudeerde |
| wij | bestuderen | bestudeerden |
| jullie | bestuderen | bestudeerden |
| zij | bestuderen | bestudeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bestudeer | gebiedende wijs |
| bestudeerd | verleden tijd, deelwoord |
| bestudeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestudeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestudeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestudeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestudeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestudeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestudeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestudeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestudeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestudeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestudeerde | verleden tijd |
| bestudere | aanvoegende wijs |
| bestuderend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bestudeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bestudeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bestudeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bestudeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bestudeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bestudeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bestudeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bestudeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bestudeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bestudeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bestudeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bestudeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bestudeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bestudeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bestudeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestudeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bestuderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bestudeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bestuderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bestudeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestudeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bestudeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestudeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bestudeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bestudeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bestudeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bestudeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bestudeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestudeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bestudeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bestudeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestudeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bestudeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bestudeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestudeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestudeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestudeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestudeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestudeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bestudeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestudeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestudeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestudeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestudeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestudeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bestudeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestudeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bestudeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestudeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestudeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestudeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestudeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestudeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestuderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bestudeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestudeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestudeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestuderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van studeren met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bestuderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bestudeer | gebiedende wijs | bestuderen |
| bestudeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bestuderen |
| bestudeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bestuderen |
| bestudere | aanvoegende wijs | bestuderen |
| bestuderend | onvoltooid deelwoord | bestuderen |
| bestuderende | woordvorm | bestuderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestuderen zijn vastgelegd.