organiseren
werkwoord ˌɔrɣaniˈzerə(n)Betekenis
- een bepaalde structuur aanbrengen
- iets, vaak een evenement, tot stand brengen
- regelen
Hoe spreek je organiseren uit?
/ˌɔrxaniˈzerən/
Organiseren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| r | rood |
| x | acht |
| a | maan |
| n | nek |
| i | riet |
| z | zon |
| e | veel |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van organiseren
organiserenhele werkwoord — organiseerdeverleden tijd enkelvoud — organiseerdenverleden tijd meervoud — georganiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | organiseer | organiseerde |
| jij | organiseert | organiseerde |
| hij, zij, het | organiseert | organiseerde |
| wij | organiseren | organiseerden |
| jullie | organiseren | organiseerden |
| zij | organiseren | organiseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is georganiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was georganiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd georganiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt georganiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal georganiseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal georganiseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou georganiseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou georganiseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| georganiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| georganiseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| georganiseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| georganiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| georganiseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| georganiseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| georganiseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| georganiseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| georganiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| georganiseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| georganiseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had georganiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had georganiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had georganiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden georganiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden georganiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden georganiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt georganiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben georganiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| organiseer | gebiedende wijs |
| organiseerde | verleden tijd |
| organisere | aanvoegende wijs |
| organiserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben georganiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te organiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen organiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart georganiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren georganiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren georganiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren georganiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was georganiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was georganiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was georganiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt georganiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal georganiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal georganiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal georganiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal georganiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal georganiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt georganiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou georganiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou georganiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou georganiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou georganiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou georganiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou georganiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden georganiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden georganiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden georganiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden georganiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden georganiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden georganiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt georganiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt georganiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen georganiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen georganiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen georganiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen georganiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen georganiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen georganiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen organiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult georganiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult georganiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult georganiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult organiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘regelen’ voor het eerst aangetroffen in 1862
Woordfamilie van organiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| organiseer | gebiedende wijs | organiseren |
| organiseerde | verleden tijd | organiseren |
| organiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | organiseren |
| organiseeren | woordvorm | organiseren |
| organiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | organiseren |
| organisere | aanvoegende wijs | organiseren |
| organiserend | onvoltooid deelwoord | organiseren |
| organiserende | woordvorm | organiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van organiseren zijn vastgelegd.