Naar de inhoud

smeren

met een zachte massa bestrijken

smeren is meer dan één woord

smeren

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsmerə(n)

Betekenis

  1. met een zachte massa bestrijken
  2. de wrijving tussen bewegende delen verminderen met een olie of vet
  3. omkopen, (met geld) corrumperen
  4. m ~ snel weggaan, wegvluchten

Hoe spreek je smeren uit?

/ˈsmerən/

Smeren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsmerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
m maan
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. met een zachte, eetbare massa bestrijken; m.n. van sneetjes brood transitive
  2. een smerende werking hebben intransitive

Vervoeging van smeren

smerenhele werkwoord — smeerdeverleden tijd enkelvoud — smeerdenverleden tijd meervoud — gesmeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smeer smeerde
jij smeert smeerde
hij, zij, het smeert smeerde
wij smeren smeerden
jullie smeren smeerden
zij smeren smeerden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben gesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesmeerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was gesmeerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd gesmeerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt gesmeerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gesmeerd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gesmeerd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou gesmeerd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou gesmeerd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesmeerd verleden tijd, deelwoord
gesmeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesmeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesmeerd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesmeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesmeerd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesmeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesmeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben gesmeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is gesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smeer gebiedende wijs
smeerde verleden tijd
smere aanvoegende wijs
smerend onvoltooid, deelwoord
te hebben/zijn gesmeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te smeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen smeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal smeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal smeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal smeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesmeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou smeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou smeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou smeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden smeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden smeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden smeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt smeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen smeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen smeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen smeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen smeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult smeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord smeer

Herkomst

In de betekenis van ‘met een vettige stof bestrijken’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van smeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesmeerd voltooid deelwoord smeren
smeerde verleden tijd smeren
smeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon smeren
smeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon smeren
smere aanvoegende wijs smeren
smerend onvoltooid deelwoord smeren
smerende woordvorm smeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over smeren

Hoe spreek ik smeren uit?
Zo spreek je smeren uit: /ˈsmerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van smeren?
Smeren is een werkwoord. De betekenis is: met een zachte massa bestrijken. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik smeren?
Zo vervoeg je smeren zo: de tegenwoordige tijd is smeer, de verleden tijd is smeerde en het voltooid deelwoord is gesmeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op smeren?

Smeren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord smeren is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. M 3
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

smeren levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. M 3
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

smeren telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

smeren in het kort

smeren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van smeren staan er 63 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort smeren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

smeren: met een zachte massa bestrijken
Deel smeren — standaardnederlands.nl