Naar de inhoud

irriteren

op onaangename wijze prikkelen

irriteren

werkwoord ˌɪriˈterə(n)

Betekenis

  1. op onaangename wijze prikkelen

Hoe spreek je irriteren uit?

/ˌɪriˈterən/

Irriteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌɪriˈterən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
r rood
i riet
t tak
e veel
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van irriteren

irriterenhele werkwoord — irriteerdeverleden tijd enkelvoud — irriteerdenverleden tijd meervoud — geïrriteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik irriteer irriteerde
jij irriteert irriteerde
hij, zij, het irriteert irriteerde
wij irriteren irriteerden
jullie irriteren irriteerden
zij irriteren irriteerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geïrriteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïrriteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïrriteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïrriteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïrriteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïrriteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïrriteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïrriteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïrriteerd verleden tijd, deelwoord
geïrriteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïrriteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïrriteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïrriteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïrriteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïrriteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïrriteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïrriteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïrriteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïrriteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïrriteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïrriteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïrriteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïrriteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïrriteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïrriteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïrriteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
irriteer gebiedende wijs
irriteerde verleden tijd
irritere aanvoegende wijs
irriterend onvoltooid, deelwoord
te hebben geïrriteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te irriteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen irriteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geïrriteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïrriteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïrriteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal irriteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal irriteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal irriteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geïrriteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïrriteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïrriteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou irriteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou irriteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou irriteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïrriteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïrriteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïrriteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden irriteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden irriteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden irriteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïrriteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt irriteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïrriteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïrriteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïrriteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen irriteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen irriteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen irriteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen irriteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïrriteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult irriteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘prikkelen’ voor het eerst aangetroffen in 1553

Woordfamilie van irriteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïrriteerd voltooid deelwoord irriteren
irriteer gebiedende wijs irriteren
irriteerde verleden tijd irriteren
irriteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon irriteren
irriteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon irriteren
irritere aanvoegende wijs irriteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van irriteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over irriteren

Hoe spreek ik irriteren uit?
Zo spreek je irriteren uit: /ˌɪriˈterə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van irriteren?
Irriteren is een werkwoord. De betekenis is: op onaangename wijze prikkelen.
Hoe vervoeg ik irriteren?
Zo vervoeg je irriteren zo: de tegenwoordige tijd is irriteer, de verleden tijd is irriteerde en het voltooid deelwoord is geïrriteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op irriteren?

Op irriteren rijmen 395 woorden, onder andere abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord irriteren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. R 2
  3. R 2
  4. I 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

irriteren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. R 2
  3. R 2
  4. I 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (I) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

irriteren in het kort

irriteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van irriteren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort irriteren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

irriteren: op onaangename wijze prikkelen
Deel irriteren — standaardnederlands.nl