Naar de inhoud

capituleren

het verzet staken, zich overgeven

capituleren

werkwoord kɑpity'lerə(n)

Betekenis

  1. het verzet staken, zich overgeven

Hoe spreek je capituleren uit?

/kɑpityˈlerən/

Capituleren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.

De tekens in /kɑpityˈlerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɑ bad
p pak
i riet
t tak
y fuut
l land
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van capituleren

capitulerenhele werkwoord — capituleerdeverleden tijd enkelvoud — capituleerdenverleden tijd meervoud — gecapituleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik capituleer capituleerde
jij capituleert capituleerde
hij, zij, het capituleert capituleerde
wij capituleren capituleerden
jullie capituleren capituleerden
zij capituleren capituleerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
capituleer gebiedende wijs
capituleerde verleden tijd
capitulere aanvoegende wijs
capitulerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gecapituleerd verleden tijd, deelwoord
gecapituleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecapituleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecapituleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecapituleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecapituleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecapituleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecapituleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecapituleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecapituleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecapituleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecapituleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecapituleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecapituleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecapituleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecapituleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecapituleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecapituleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te capituleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecapituleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen capituleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal capituleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal capituleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal capituleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecapituleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecapituleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecapituleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou capituleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou capituleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou capituleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecapituleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecapituleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecapituleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden capituleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden capituleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden capituleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecapituleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecapituleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecapituleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt capituleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecapituleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen capituleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen capituleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen capituleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen capituleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecapituleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecapituleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecapituleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult capituleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecapituleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zich overgeven’ voor het eerst aangetroffen in 1588

Woordfamilie van capituleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
capituleer gebiedende wijs capituleren
capituleerde verleden tijd capituleren
capituleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon capituleren
capituleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon capituleren
capitulere aanvoegende wijs capituleren
capitulerend onvoltooid deelwoord capituleren
capitulerende woordvorm capituleren
gecapituleerd voltooid deelwoord capituleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van capituleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over capituleren

Hoe spreek ik capituleren uit?
Zo spreek je capituleren uit: /kɑpity'lerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van capituleren?
Capituleren is een werkwoord. De betekenis is: het verzet staken, zich overgeven.
Hoe vervoeg ik capituleren?
Zo vervoeg je capituleren zo: de tegenwoordige tijd is capituleer, de verleden tijd is capituleerde en het voltooid deelwoord is gecapituleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op capituleren?

Capituleren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord capituleren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. A 1
  3. P 3
  4. I 1
  5. T 2
  6. U 4
  7. L 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

capituleren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. A 1
  3. P 4
  4. I 2
  5. T 2
  6. U 2
  7. L 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

capituleren in het kort

capituleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van capituleren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort capituleren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

capituleren: het verzet staken, zich overgeven
Deel capituleren — standaardnederlands.nl