Naar de inhoud

Spreekwoorden en gezegden

150 spreekwoorden en 208 gezegden, elk met de betekenis, een uitleg over wanneer je het gebruikt en waar mogelijk de herkomst.

Op onderwerp

Alle spreekwoorden en gezegden

A 30

B 13

D 70

Dat gaat me boven de pet. Gezegde Dat ging van een leien dakje. Gezegde Dat is de aard van het beestje. Gezegde Dat is de druppel die de emmer doet overlopen. Gezegde Dat is een brug te ver. Gezegde Dat is koren op zijn molen. Gezegde Dat is lood om oud ijzer. Gezegde Dat is mosterd na de maaltijd. Spreekwoord Dat is niet in de haak. Gezegde Dat is schering en inslag. Gezegde Dat is zo vast als een huis. Gezegde Dat slaat als een tang op een varken. Gezegde Dat snijdt geen hout. Gezegde Dat was een eitje. Gezegde De aanhouder wint. Spreekwoord De aanval is de beste verdediging. Spreekwoord De alfa en de omega. Gezegde De appel valt niet ver van de boom. Spreekwoord De augiasstal reinigen. Gezegde De baard in de keel krijgen. Gezegde De beer is los. Gezegde De benen nemen. Gezegde De beste stuurlui staan aan wal. Spreekwoord De bloemetjes buiten zetten. Gezegde De boer op gaan. Gezegde De boot missen. Gezegde De druppel die de emmer doet overlopen. Spreekwoord De duvelstoejager. Gezegde De eerste klap is een daalder waard. Spreekwoord De handen uit de mouwen steken. Gezegde De heilige graal. Gezegde De kat uit de boom kijken. Gezegde De kleren maken de man. Spreekwoord De knoop doorhakken. Gezegde De koe bij de horens vatten. Gezegde De koek is op. Gezegde De kogel is door de kerk. Gezegde De kost gaat de baat vooruit. Spreekwoord De krenten uit de pap halen. Gezegde De kruik gaat zo lang te water tot ze barst. Spreekwoord De laatste adem uitblazen. Gezegde De laatste loodjes wegen het zwaarst. Spreekwoord De lat hoog leggen. Gezegde De maat is vol. Gezegde De man met de hamer. Gezegde De morgenstond heeft goud in de mond. Spreekwoord De muren hebben oren. Gezegde De nek uitsteken. Gezegde De pen is machtiger dan het zwaard. Spreekwoord De plank misslaan. Gezegde De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. Spreekwoord De puntjes op de i zetten. Gezegde De rode draad. Gezegde De sigaar zijn. Gezegde De spijker op de kop slaan. Gezegde De sterke arm der wet. Gezegde De stoute schoenen aantrekken. Gezegde De tijd heelt alle wonden. Spreekwoord De uitzondering bevestigt de regel. Spreekwoord De vinger op de zere plek leggen. Gezegde De vis begint te stinken bij de kop. Gezegde De vuile was buiten hangen. Gezegde De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens. Spreekwoord De wind in de zeilen hebben. Gezegde De wind mee hebben. Gezegde De zak krijgen. Gezegde Door de band genomen. Gezegde Door de bomen het bos niet meer zien. Gezegde Door de mand vallen. Gezegde Door de wol geverfd zijn. Gezegde

E 39

Een appeltje met iemand te schillen hebben. Gezegde Een blauwtje lopen. Gezegde Een blok aan het been. Gezegde Een druppel op een gloeiende plaat. Spreekwoord Een ezel stoot zich in het algemeen niet tweemaal aan dezelfde steen. Spreekwoord Een gat in de dag slapen. Gezegde Een goed begin is het halve werk. Spreekwoord Een goede buur is beter dan een verre vriend. Spreekwoord Een groentje zijn. Gezegde Een kat in de zak kopen. Gezegde Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Spreekwoord Een luis in de pels zijn. Gezegde Een ongeluk komt zelden alleen. Spreekwoord Een oude bok lust nog wel een jong blaadje. Spreekwoord Eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand. Spreekwoord Een schot voor de boeg. Gezegde Een speld in een hooiberg. Gezegde Een steentje bijdragen. Gezegde Een storm in een glas water. Gezegde Een uil zijn. Gezegde Een verborgen agenda hebben. Gezegde Een vinger in de pap hebben. Gezegde Een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken. Spreekwoord Een vreemde eend in de bijt. Gezegde Een waarheid als een koe. Gezegde Eén zwaluw maakt nog geen lente. Spreekwoord Eerlijkheid duurt het langst. Spreekwoord Elk meent zijn uil een valk te zijn. Spreekwoord Elkaar in de haren vliegen. Gezegde Ellebogenwerk. Gezegde Er geen gras over laten groeien. Gezegde Er geen kaas van hebben gegeten. Gezegde Er geen touw aan vast kunnen knopen. Gezegde Er is altijd baas boven baas. Gezegde Er is geen koe zo bont, of er zit wel een vlekje aan. Spreekwoord Er schuilt een addertje onder het gras. Gezegde Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Gezegde Ergens de angel uit trekken. Gezegde Ergens de buik vol van hebben. Gezegde

G 10

H 39

Haastige spoed is zelden goed. Spreekwoord Halsoverkop. Gezegde Het beste paard van stal. Gezegde Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Spreekwoord Het doel heiligt de middelen. Gezegde Het geld regeert de wereld. Gezegde Het gouden kalf aanbidden. Gezegde Het gras bij de buren is altijd groener. Spreekwoord Het hazenpad kiezen. Gezegde Het heft in eigen hand nemen. Gezegde Het hemd is nader dan de rok. Spreekwoord Het hoofd koel houden. Gezegde Het ijs breken. Gezegde Het is niet alles goud wat er blinkt. Spreekwoord Het is olie op het vuur. Gezegde Het is vlees noch vis. Gezegde Het kaf van het koren scheiden. Gezegde Het kan verkeren. Gezegde Het kind met het badwater weggooien. Gezegde Het kind van de rekening worden. Gezegde Het kwartje is gevallen. Gezegde Het leeuwendeel. Gezegde Het loopt in 't honderd. Gezegde Het mes snijdt aan twee kanten. Gezegde Het paard van Troje binnenhalen. Gezegde Het recht in eigen hand nemen. Gezegde Het wiel opnieuw uitvinden. Gezegde Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. Spreekwoord Het zwarte schaap van de familie. Gezegde Hij begreep er geen fluit van. Gezegde Hij heeft de klok wel horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. Spreekwoord Hij is een vreemde vogel. Gezegde Hij is niet op z'n achterhoofd gevallen. Gezegde Hij weet waar Abraham de mosterd haalt. Gezegde Hoe ouder, hoe gekker. Gezegde Hoge bomen vangen veel wind. Spreekwoord Honger is de beste saus. Spreekwoord Hoog van de toren blazen. Gezegde Hoogmoed komt vóór de val. Spreekwoord

I 25

J 3

K 5

L 3

M 14

N 7

O 14

P 2

R 3

S 5

T 6

U 5

V 22

W 28

Waar de boom gevallen is, blijft hij liggen. Spreekwoord Waar een wil is, is een weg. Spreekwoord Waar het hart vol van is, stroomt de mond van over. Spreekwoord Waar rook is, is vuur. Spreekwoord Waarheid met de slag om de arm. Gezegde Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet. Spreekwoord Wel de splinter in het oog van de ander zien, maar niet de balk in het eigen oog. Gezegde Wie a zegt moet ook b zeggen. Spreekwoord Wie appelen vaart, die appelen eet. Spreekwoord Wie bang leeft, gaat ook bang dood. Spreekwoord Wie boter op het hoofd heeft, moet uit de zon blijven. Spreekwoord Wie de naam heeft, krijgt de daad. Gezegde Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in. Spreekwoord Wie goed doet, goed ontmoet. Spreekwoord Wie het breed heeft, laat het breed hangen. Spreekwoord Wie het eerst komt, die het eerst maalt. Spreekwoord Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Spreekwoord Wie het laatst lacht, lacht het best. Spreekwoord Wie in een glazen huis woont, moet geen stenen gooien op zijn buurmans dak. Spreekwoord Wie kaatst kan de bal verwachten. Spreekwoord Wie met honden omgaat, krijgt vlooien. Spreekwoord Wie niet waagt, die niet wint. Spreekwoord Wie niet werkt, zal niet eten. Spreekwoord Wie wat bewaart, die heeft wat. Spreekwoord Wie wind zaait, zal storm oogsten. Spreekwoord Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. Spreekwoord Wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet. Spreekwoord Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Spreekwoord

Z 14

0 1