abonneren
werkwoord /ɑbɔ'nerə(n)/Betekenis
- zich ~ op een abonnement aangaan
- een abonnement verstrekken
Hoe spreek je abonneren uit?
/ɑbɔˈnerən/
Abonneren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| b | bak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van abonneren
abonnerenhele werkwoord — abonneerdeverleden tijd enkelvoud — abonneerdenverleden tijd meervoud — geabonneerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | abonneer | abonneerde |
| jij | abonneert | abonneerde |
| hij, zij, het | abonneert | abonneerde |
| wij | abonneren | abonneerden |
| jullie | abonneren | abonneerden |
| zij | abonneren | abonneerden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| abonneer | gebiedende wijs |
| abonneer me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| abonneer u/je , abonneert je | gebiedende wijs |
| abonneerde | verleden tijd |
| abonneerde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| abonneerde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| abonneerde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| abonneerde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| abonneerde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| abonneerde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| abonneerde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| abonneerden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| abonneerden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| abonneerden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| abonneert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| abonneert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| abonneert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| abonneert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| abonneert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| abonneert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| abonnere | aanvoegende wijs |
| abonnere zich | aanvoegende wijs |
| abonneren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| abonneren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| abonneren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| abonnerend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geabonneerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geabonneerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geabonneerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geabonneerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geabonneerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geabonneerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geabonneerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geabonneerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geabonneerd | verleden tijd, deelwoord |
| geabonneerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geabonneerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geabonneerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geabonneerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geabonneerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geabonneerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geabonneerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geabonneerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geabonneerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geabonneerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geabonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geabonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geabonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geabonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geabonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geabonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geabonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geabonneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te abonneren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geabonneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen abonneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geabonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geabonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geabonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geabonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geabonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geabonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geabonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geabonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geabonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geabonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geabonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geabonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geabonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geabonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geabonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me abonneren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich abonneren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je abonneren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich abonnerend | onvoltooid, deelwoord |
| zich geabonneerd hebben | verleden tijd |
| zijn geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geabonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geabonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geabonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geabonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geabonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geabonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geabonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geabonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geabonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geabonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geabonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geabonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geabonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geabonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geabonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geabonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geabonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geabonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geabonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geabonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geabonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geabonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen abonneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen abonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘intekenen’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van abonneren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| abonneer | gebiedende wijs | abonneren |
| abonneerde | verleden tijd | abonneren |
| abonneerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | abonneren |
| abonneert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | abonneren |
| abonnere | aanvoegende wijs | abonneren |
| abonnerend | onvoltooid deelwoord | abonneren |
| abonnerende | woordvorm | abonneren |
| geabonneerd | voltooid deelwoord | abonneren |
| geabonneerde | woordvorm | abonneren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van abonneren zijn vastgelegd.