verzweren
werkwoord vərˈzwerə(n)Betekenis
- tot een zweer verworden, ontstoken raken
- afzweren
- zich~ zich middels een eed verbinden
Hoe spreek je verzweren uit?
/vərˈzwerən/
Verzweren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| z | zon |
| w | quiz |
| e | veel |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verzweren
verzwerenhele werkwoord — verzwoorverleden tijd enkelvoud — verzworenverleden tijd meervoud — verzworenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verzweer | verzwoor |
| jij | verzweert | verzwoor |
| hij, zij, het | verzweert | verzwoor |
| wij | verzweren | verzworen |
| jullie | verzweren | verzworen |
| zij | verzweren | verzworen |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verzweren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verzworen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verzweren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzweer | gebiedende wijs |
| verzwere | aanvoegende wijs |
| verzwerend | onvoltooid, deelwoord |
| verzwoor | verleden tijd |
| verzworen | verleden tijd, deelwoord |
| verzworen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzworen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart verzworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzworen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verzworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzworen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verzworen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verzworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verzworen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verzworen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verzweren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Vervoeging van verzweren
verzwerenhele werkwoord — verzwoorverleden tijd enkelvoud — verzworenverleden tijd meervoud — verzworenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verzweer | verzwoor |
| jij | verzweert | verzwoor |
| hij, zij, het | verzweert | verzwoor |
| wij | verzweren | verzworen |
| jullie | verzweren | verzworen |
| zij | verzweren | verzworen |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verzweren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verzworen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verzweren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzweer | gebiedende wijs |
| verzwere | aanvoegende wijs |
| verzwerend | onvoltooid, deelwoord |
| verzwoer | verleden tijd |
| verzworen | verleden tijd, deelwoord |
| verzworen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzworen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart verzworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzworen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verzworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzworen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verzworen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verzworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verzworen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verzworen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verzworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verzworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verzweren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verzweren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verzworen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van zweren met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verzweren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzweer | gebiedende wijs | verzweren |
| verzweert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verzweren |
| verzwere | aanvoegende wijs | verzweren |
| verzwerend | onvoltooid deelwoord | verzweren |
| verzwerende | woordvorm | verzweren |
| verzwoor | verleden tijd | verzweren |
| verzworen | voltooid deelwoord | verzweren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzweren zijn vastgelegd.