continueren
werkwoord /ˌkɔntinyˈweːrə(n)/Betekenis
- voortzetten
- een rechtszaak uitstellen
Hoe spreek je continueren uit?
/ˌkɔntinyˈwerən/
Continueren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| i | riet |
| y | fuut |
| w | quiz |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van continueren
continuerenhele werkwoord — continueerdeverleden tijd enkelvoud — continueerdenverleden tijd meervoud — gecontinueerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | continueer | continueerde |
| jij | continueert | continueerde |
| hij, zij, het | continueert | continueerde |
| wij | continueren | continueerden |
| jullie | continueren | continueerden |
| zij | continueren | continueerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| continueer | gebiedende wijs |
| continueerde | verleden tijd |
| continuere | aanvoegende wijs |
| continuerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecontinueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecontinueerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecontinueerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecontinueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecontinueerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecontinueerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecontinueerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecontinueerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecontinueerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecontinueerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecontinueerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecontinueerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecontinueerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecontinueerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecontinueerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecontinueerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecontinueerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecontinueerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecontinueerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecontinueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te continueren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecontinueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen continueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecontinueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecontinueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal continueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal continueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal continueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecontinueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecontinueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecontinueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecontinueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecontinueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecontinueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou continueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou continueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou continueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecontinueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecontinueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecontinueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecontinueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecontinueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecontinueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden continueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden continueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden continueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecontinueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecontinueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecontinueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecontinueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecontinueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecontinueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt continueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecontinueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecontinueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen continueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen continueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen continueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen continueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecontinueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecontinueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecontinueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecontinueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecontinueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecontinueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult continueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecontinueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecontinueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecontinueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voortzetten’ voor het eerst aangetroffen in 1400
Woordfamilie van continueren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| continueer | gebiedende wijs | continueren |
| continueerde | verleden tijd | continueren |
| continueerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | continueren |
| continueert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | continueren |
| continuerend | onvoltooid deelwoord | continueren |
| continuerende | woordvorm | continueren |
| gecontinueerd | voltooid deelwoord | continueren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van continueren zijn vastgelegd.