inspecteren
werkwoord ˌɪnspɛkˈterə(n)Betekenis
- grondig en nauwkeurig bekijken
Hoe spreek je inspecteren uit?
/ˌɪnspɛkˈterən/
Inspecteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| s | sok |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| t | tak |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inspecteren
inspecterenhele werkwoord — inspecteerdeverleden tijd enkelvoud — inspecteerdenverleden tijd meervoud — geïnspecteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | inspecteer | inspecteerde |
| jij | inspecteert | inspecteerde |
| hij, zij, het | inspecteert | inspecteerde |
| wij | inspecteren | inspecteerden |
| jullie | inspecteren | inspecteerden |
| zij | inspecteren | inspecteerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geïnspecteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïnspecteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïnspecteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïnspecteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïnspecteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïnspecteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïnspecteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïnspecteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïnspecteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïnspecteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnspecteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïnspecteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïnspecteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïnspecteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïnspecteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïnspecteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïnspecteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïnspecteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïnspecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnspecteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïnspecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnspecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïnspecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïnspecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnspecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnspecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| inspecteer | gebiedende wijs |
| inspecteerde | verleden tijd |
| inspectere | aanvoegende wijs |
| inspecterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geïnspecteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te inspecteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inspecteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geïnspecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnspecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïnspecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geïnspecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnspecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnspecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïnspecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnspecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnspecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïnspecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïnspecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnspecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnspecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inspecteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïnspecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult inspecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bezichtigen’ voor het eerst aangetroffen in 1637
Woordfamilie van inspecteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïnspecteerd | voltooid deelwoord | inspecteren |
| geïnspecteerde | woordvorm | inspecteren |
| inspecteer | gebiedende wijs | inspecteren |
| inspecteerde | verleden tijd | inspecteren |
| inspecteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inspecteren |
| inspecteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inspecteren |
| inspectere | aanvoegende wijs | inspecteren |
| inspecterend | onvoltooid deelwoord | inspecteren |
| inspecterende | woordvorm | inspecteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inspecteren zijn vastgelegd.