afreageren
werkwoord ˈɑfrejaˌɣerə(n)Betekenis
- de hersenen ontdoen van woede
Hoe spreek je afreageren uit?
/ˈɑfrejaˌxerən/
Afreageren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| r | rood |
| e | veel |
| j | ja |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
werkwoord
- het gemoed ontdoen van woede door iets of de volle laag te geven
Vervoeging van afreageren
afreagerenhele werkwoord — reageerde afverleden tijd enkelvoud — reageerden afverleden tijd meervoud — afgereageerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | reageer af | reageerde af |
| jij | reageert af | reageerde af |
| hij, zij, het | reageert af | reageerde af |
| wij | reageren af | reageerden af |
| jullie | reageren af | reageerden af |
| zij | reageren af | reageerden af |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| af te reageren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| af te zullen reageren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| af zal reageren | bijzin, toekomende tijd |
| af zou reageren | bijzin, voorwaardelijk |
| af zouden reageren | bijzin, voorwaardelijk |
| af zoudt reageren | bijzin, voorwaardelijk |
| af zullen reageren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| af zullen reageren | bijzin, toekomende tijd |
| af zult reageren | bijzin, toekomende tijd |
| afgereageerd | verleden tijd, deelwoord |
| afgereageerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgereageerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afreageer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| afreageerde | bijzin, verleden tijd |
| afreageerden | bijzin, verleden tijd |
| afreageert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| afreagerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is afgereageerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was afgereageerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd afgereageerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt afgereageerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal afgereageerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal afgereageerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou afgereageerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou afgereageerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had afgereageerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had afgereageerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had afgereageerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden afgereageerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden afgereageerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden afgereageerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt afgereageerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb afgereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben afgereageerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben afgereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben afgereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben afgereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt afgereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft afgereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft afgereageerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| reageer af | gebiedende wijs |
| reageerde af | verleden tijd |
| te hebben afgereageerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen afreageren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal afgereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal afgereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal afreageren | bijzin, toekomende tijd |
| zou afgereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou afreageren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) afreageren af zou(dt) reageren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden afgereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden afgereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden afgereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden afreageren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt afgereageerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt afreageren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen afgereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen afgereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen afgereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen afreageren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen afreageren | bijzin, toekomende tijd |
| zult afgereageerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult afreageren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult afreageren | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal afreageren af zult/zal reageren | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van af bw en reageren ww
Woordfamilie van afreageren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgereageerd | voltooid deelwoord | afreageren |
| afgereageerde | woordvorm | afreageren |
| afreageer | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | afreageren |
| afreageerde | subordinate-clause, verleden tijd | afreageren |
| afreageerden | subordinate-clause, verleden tijd | afreageren |
| afreageert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | afreageren |
| afreagere | with-subordinate-clause | afreageren |
| afreagerend | onvoltooid deelwoord | afreageren |
| afreagerende | woordvorm | afreageren |
| reageer af | gebiedende wijs | afreageren |
| reageerde af | verleden tijd | afreageren |
| reageerden af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | afreageren |
| reageert af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | afreageren |
| reagere af | woordvorm | afreageren |
| reageren af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | afreageren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afreageren zijn vastgelegd.