sorteren
werkwoord sɔrˈterə(n)Betekenis
- orde in een verzameling aanbrengen door soort bij soort te leggen
- het in een bepaalde volgorde zetten van de elementen van een lijst
Hoe spreek je sorteren uit?
/sɔrˈterən/
Sorteren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van sorteren
sorterenhele werkwoord — sorteerdeverleden tijd enkelvoud — sorteerdenverleden tijd meervoud — gesorteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sorteer | sorteerde |
| jij | sorteert | sorteerde |
| hij, zij, het | sorteert | sorteerde |
| wij | sorteren | sorteerden |
| jullie | sorteren | sorteerden |
| zij | sorteren | sorteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesorteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesorteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesorteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesorteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesorteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesorteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesorteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesorteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesorteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gesorteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesorteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesorteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesorteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesorteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesorteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesorteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesorteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesorteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesorteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesorteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesorteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesorteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesorteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesorteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesorteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesorteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesorteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sorteer | gebiedende wijs |
| sorteerde | verleden tijd |
| sortere | aanvoegende wijs |
| sorterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesorteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te sorteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen sorteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesorteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesorteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesorteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesorteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesorteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesorteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesorteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesorteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesorteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesorteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesorteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesorteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesorteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesorteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesorteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesorteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesorteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesorteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesorteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesorteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen sorteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesorteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesorteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult sorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘uitzoeken’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van sorteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesorteerd | voltooid deelwoord | sorteren |
| sorteer | gebiedende wijs | sorteren |
| sorteerde | verleden tijd | sorteren |
| sorteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | sorteren |
| sorteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | sorteren |
| sortere | aanvoegende wijs | sorteren |
| sorterend | onvoltooid deelwoord | sorteren |
| sorterende | woordvorm | sorteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sorteren zijn vastgelegd.