kerel
zelfstandig naamwoord ˈkerəlBetekenis
- vrije man van lage geboorte
- forse, stevige man (een echte vent)
- man, echtgenoot
- (gewestelijk, informeel) manspersoon
Hoe spreek je kerel uit?
/ˈkerəl/
Kerel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- mannelijk persoon informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerels | meervoud |
| kereltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kereltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘man’ voor het eerst aangetroffen in 1271
Woordfamilie van kerel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerels | meervoud | kerel |
| kereltje | verkleinwoord | kerel |
| kereltjes | verkleinwoord meervoud | kerel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerel zijn vastgelegd.