Naar de inhoud

regeren

het uitoefenen van de politieke macht door het uitvaardigen van wetten en instellen van organisaties met een bepaalde opdracht

regeren

werkwoord rəˈɣerə(n)

Betekenis

  1. het uitoefenen van de politieke macht door het uitvaardigen van wetten en instellen van organisaties met een bepaalde opdracht

Hoe spreek je regeren uit?

/rəˈxerən/

Regeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /rəˈxerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
ə de
x acht
e veel
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van regeren

regerenhele werkwoord — regeerdeverleden tijd enkelvoud — regeerdenverleden tijd meervoud — geregeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik regeer regeerde
jij regeert regeerde
hij, zij, het regeert regeerde
wij regeren regeerden
jullie regeren regeerden
zij regeren regeerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geregeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geregeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geregeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geregeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geregeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geregeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geregeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geregeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geregeerd verleden tijd, deelwoord
geregeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geregeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geregeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geregeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geregeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geregeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geregeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geregeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geregeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geregeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geregeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geregeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geregeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geregeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geregeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geregeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geregeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
regeer gebiedende wijs
regeerde verleden tijd
regere aanvoegende wijs
regerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geregeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te regeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen regeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geregeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geregeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geregeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal regeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal regeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal regeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geregeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geregeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geregeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou regeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou regeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou regeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geregeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geregeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geregeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden regeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden regeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden regeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geregeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt regeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geregeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geregeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geregeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen regeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen regeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen regeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen regeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geregeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult regeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘besturen’ voor het eerst aangetroffen in 1322

Woordfamilie van regeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geregeerd voltooid deelwoord regeren
regeer gebiedende wijs regeren
regeerde verleden tijd regeren
regeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon regeren
regeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon regeren
regere aanvoegende wijs regeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van regeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over regeren

Hoe spreek je regeren uit?
De uitspraak van regeren is: /rəˈɣerə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent regeren?
Regeren is een werkwoord. Het woord betekent: het uitoefenen van de politieke macht door het uitvaardigen van wetten en instellen van organisaties met een bepaalde opdracht.
Hoe vervoeg je regeren?
Je vervoegt regeren als volgt: de tegenwoordige tijd is regeer, de verleden tijd is regeerde en het voltooid deelwoord is geregeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op regeren?

Regeren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord regeren is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

regeren levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

regeren telt 7 letters, waarvan 4 verschillende, want 3 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

regeren in het kort

regeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van regeren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort regeren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

regeren: het uitoefenen van de politieke macht door het uitvaardigen van wetten en instellen van organisaties met een bepaalde opdracht
Deel regeren — standaardnederlands.nl