Naar de inhoud

reduceren

terugbrengen tot kleinere proporties, verminderen, inkrimpen

reduceren

werkwoord ˌredyˈserə(n)

Betekenis

  1. terugbrengen tot kleinere proporties, verminderen, inkrimpen
  2. het verlagen van het oxidatiegetal door het toevoegen van elektronen aan een molecuul of ion
  3. in een lagere oxidatietoestand overgaan
  4. het verkleinen van de hoeveelheid vloeistof door het laten verdampen van vocht onder zachte verwarming

Hoe spreek je reduceren uit?

/ˌredyˈserən/

Reduceren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌredyˈserən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
e veel
d dak
y fuut
s sok
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van reduceren

reducerenhele werkwoord — reduceerdeverleden tijd enkelvoud — reduceerdenverleden tijd meervoud — gereduceerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik reduceer reduceerde
jij reduceert reduceerde
hij, zij, het reduceert reduceerde
wij reduceren reduceerden
jullie reduceren reduceerden
zij reduceren reduceerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gereduceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gereduceerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gereduceerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gereduceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gereduceerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gereduceerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gereduceerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gereduceerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gereduceerd verleden tijd, deelwoord
gereduceerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gereduceerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gereduceerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereduceerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereduceerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereduceerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gereduceerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gereduceerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gereduceerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gereduceerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gereduceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gereduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gereduceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gereduceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gereduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gereduceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gereduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereduceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
reduceer gebiedende wijs
reduceerde verleden tijd
reducere aanvoegende wijs
reducerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gereduceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te reduceren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen reduceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gereduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gereduceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gereduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gereduceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gereduceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gereduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gereduceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gereduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gereduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gereduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gereduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal reduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal reduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal reduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gereduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gereduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou reduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou reduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou reduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gereduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gereduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gereduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gereduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gereduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gereduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden reduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden reduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden reduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gereduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gereduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt reduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gereduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gereduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gereduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gereduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gereduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gereduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen reduceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen reduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen reduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen reduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gereduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gereduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gereduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult reduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

met het achtervoegsel -eren van Latijn reducere, in de betekenis van ‘terugbrengen’ aangetroffen vanaf 1504

Woordfamilie van reduceren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gereduceerd voltooid deelwoord reduceren
reduceer gebiedende wijs reduceren
reduceerde verleden tijd reduceren
reduceerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon reduceren
reduceert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon reduceren
reducere aanvoegende wijs reduceren
reducerend onvoltooid deelwoord reduceren
reducerende woordvorm reduceren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reduceren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over reduceren

Hoe spreek ik reduceren uit?
Zo spreek je reduceren uit: /ˌredyˈserə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van reduceren?
Reduceren is een werkwoord. De betekenis is: terugbrengen tot kleinere proporties, verminderen, inkrimpen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik reduceren?
Zo vervoeg je reduceren zo: de tegenwoordige tijd is reduceer, de verleden tijd is reduceerde en het voltooid deelwoord is gereduceerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op reduceren?

Op reduceren rijmen 395 woorden, onder andere abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord reduceren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. D 2
  4. U 4
  5. C 5
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

reduceren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. D 2
  4. U 2
  5. C 5
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

reduceren in het kort

reduceren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van reduceren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort reduceren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

reduceren: terugbrengen tot kleinere proporties, verminderen, inkrimpen
Deel reduceren — standaardnederlands.nl