Naar de inhoud

romaniseren

Romaanse invloeden ondergaan

romaniseren

werkwoord ˌromaniˈzerə(n)

Betekenis

  1. Romaanse invloeden ondergaan

Hoe spreek je romaniseren uit?

/ˌromaniˈzerən/

Romaniseren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.

De tekens in /ˌromaniˈzerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
o boot
m maan
a maan
n nek
i riet
z zon
e veel
ə de
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van romaniseren

romaniserenhele werkwoord — romaniseerdeverleden tijd enkelvoud — romaniseerdenverleden tijd meervoud — geromaniseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik romaniseer romaniseerde
jij romaniseert romaniseerde
hij, zij, het romaniseert romaniseerde
wij romaniseren romaniseerden
jullie romaniseren romaniseerden
zij romaniseren romaniseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geromaniseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geromaniseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geromaniseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geromaniseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geromaniseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geromaniseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geromaniseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geromaniseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geromaniseerd verleden tijd, deelwoord
geromaniseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geromaniseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geromaniseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geromaniseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geromaniseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geromaniseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geromaniseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geromaniseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geromaniseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geromaniseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geromaniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geromaniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geromaniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geromaniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geromaniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geromaniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geromaniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geromaniseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
romaniseer gebiedende wijs
romaniseerde verleden tijd
romanisere aanvoegende wijs
romaniserend onvoltooid, deelwoord
te hebben geromaniseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te romaniseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen romaniseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geromaniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geromaniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geromaniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geromaniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geromaniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geromaniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geromaniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geromaniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geromaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geromaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geromaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geromaniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geromaniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geromaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geromaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geromaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geromaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geromaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geromaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geromaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geromaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geromaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geromaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geromaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geromaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geromaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geromaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geromaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geromaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geromaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geromaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geromaniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geromaniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geromaniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen romaniseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geromaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geromaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geromaniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult romaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse romaniser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van romaniseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
romaniseer gebiedende wijs romaniseren
romaniseerde verleden tijd romaniseren
romaniseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon romaniseren
romaniseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon romaniseren
romanisere aanvoegende wijs romaniseren
romaniserend onvoltooid deelwoord romaniseren
romaniserende woordvorm romaniseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van romaniseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over romaniseren

Hoe spreek ik romaniseren uit?
Zo spreek je romaniseren uit: /ˌromaniˈzerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van romaniseren?
Romaniseren is een werkwoord. De betekenis is: Romaanse invloeden ondergaan.
Hoe vervoeg ik romaniseren?
Zo vervoeg je romaniseren zo: de tegenwoordige tijd is romaniseer, de verleden tijd is romaniseerde en het voltooid deelwoord is geromaniseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op romaniseren?

Romaniseren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord romaniseren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. M 3
  4. A 1
  5. N 1
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

romaniseren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. M 3
  4. A 1
  5. N 1
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 zonder bonus
  13. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

romaniseren in het kort

romaniseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van romaniseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort romaniseren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

romaniseren: Romaanse invloeden ondergaan
Deel romaniseren — standaardnederlands.nl