keer
zelfstandig naamwoord, werkwoord kerBetekenis
- telkens terugkerend tijdstip waarop iets gebeurt
- keren
- voorkomen
Hoe spreek je keer uit?
/ker/
Keer bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| e | veel |
| r | rood |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| keertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| keertjes | verkleinwoord, meervoud |
| keren | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keren
- gebiedende wijs van keren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keren
Vervoeging van keer
keerhele werkwoord
Woordfamilie van keer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| keertje | verkleinwoord | keer |
| keertjes | verkleinwoord meervoud | keer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van keer zijn vastgelegd.