Naar de inhoud

telefoneren

een telefoon gebruiken

telefoneren

werkwoord /ˌtelefoˈneːrən/

Betekenis

  1. een telefoon gebruiken

Hoe spreek je telefoneren uit?

/ˌtelefoˈnerən/

Telefoneren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.

De tekens in /ˌtelefoˈnerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
e veel
l land
f fiets
o boot
n nek
r rood
ə de
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van telefoneren

telefonerenhele werkwoord — telefoneerdeverleden tijd enkelvoud — telefoneerdenverleden tijd meervoud — getelefoneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik telefoneer telefoneerde
jij telefoneert telefoneerde
hij, zij, het telefoneert telefoneerde
wij telefoneren telefoneerden
jullie telefoneren telefoneerden
zij telefoneren telefoneerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
getelefoneerd verleden tijd, deelwoord
getelefoneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getelefoneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getelefoneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getelefoneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getelefoneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getelefoneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getelefoneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getelefoneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getelefoneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getelefoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getelefoneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getelefoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getelefoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getelefoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getelefoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getelefoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getelefoneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getelefoneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te telefoneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen telefoneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
telefoneer gebiedende wijs
telefoneerde verleden tijd
telefonere aanvoegende wijs
telefonerend onvoltooid, deelwoord
zal getelefoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getelefoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getelefoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getelefoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getelefoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getelefoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getelefoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getelefoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getelefoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getelefoneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getelefoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getelefoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getelefoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen telefoneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getelefoneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult telefoneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse téléphoner met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van telefoneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getelefoneerd voltooid deelwoord telefoneren
telefoneer gebiedende wijs telefoneren
telefoneerde verleden tijd telefoneren
telefoneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon telefoneren
telefoneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon telefoneren
telefonere aanvoegende wijs telefoneren
telefonerend onvoltooid deelwoord telefoneren
telefonerende woordvorm telefoneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van telefoneren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over telefoneren

Hoe spreek je telefoneren uit?
De uitspraak van telefoneren is: /ˌtelefoˈneːrən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent telefoneren?
Telefoneren is een werkwoord. Het woord betekent: een telefoon gebruiken.
Hoe vervoeg je telefoneren?
Je vervoegt telefoneren als volgt: de tegenwoordige tijd is telefoneer, de verleden tijd is telefoneerde en het voltooid deelwoord is getelefoneerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op telefoneren?

In dit woordenboek rijmen 395 woorden op -eren op telefoneren, zoals abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord telefoneren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. F 4
  6. O 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

telefoneren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. F 4
  6. O 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 zonder bonus
  13. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

telefoneren in het kort

telefoneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van telefoneren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort telefoneren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

telefoneren: een telefoon gebruiken
Deel telefoneren — standaardnederlands.nl