kerf
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een ingesneden groef
- salarisschaal, belastingschijf
- kerven
- in dunne stukken snijden
- uitsnijden, uithakken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerfje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kerfjes | verkleinwoord, meervoud |
| kerven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kerven
- gebiedende wijs van kerven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kerven
Vervoeging van kerf
kerfhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘keep’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1343
Woordfamilie van kerf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerfje | verkleinwoord | kerf |
| kerfjes | verkleinwoord meervoud | kerf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerf zijn vastgelegd.