conformeren
werkwoord, zelfstandig naamwoord kɔnfɔrˈmerə(n)Betekenis
- gelijkvormig maken, naar iets inrichten
- zich aanpassen aan
Hoe spreek je conformeren uit?
/kɔnfɔrˈmerən/
Conformeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| f | fiets |
| r | rood |
| m | maan |
| e | veel |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van conformeren
conformerenhele werkwoord — conformeerdeverleden tijd enkelvoud — conformeerdenverleden tijd meervoud — geconformeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | conformeer | conformeerde |
| jij | conformeert | conformeerde |
| hij, zij, het | conformeert | conformeerde |
| wij | conformeren | conformeerden |
| jullie | conformeren | conformeerden |
| zij | conformeren | conformeerden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| conformeer | gebiedende wijs |
| conformeer me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| conformeer u/je , conformeert je | gebiedende wijs |
| conformeerde | verleden tijd |
| conformeerde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| conformeerde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| conformeerde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| conformeerde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| conformeerde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| conformeerde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| conformeerde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| conformeerden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| conformeerden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| conformeerden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| conformeert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| conformeert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| conformeert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| conformeert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| conformeert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| conformeert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| conformere | aanvoegende wijs |
| conformere zich | aanvoegende wijs |
| conformeren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| conformeren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| conformeren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| conformerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geconformeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geconformeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geconformeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geconformeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geconformeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geconformeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geconformeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geconformeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconformeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconformeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconformeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconformeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconformeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconformeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconformeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconformeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconformeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconformeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconformeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconformeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconformeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconformeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconformeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconformeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconformeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconformeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconformeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te conformeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconformeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen conformeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geconformeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconformeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geconformeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconformeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geconformeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geconformeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geconformeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geconformeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconformeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconformeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconformeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geconformeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconformeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geconformeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconformeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me conformeren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich conformeren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je conformeren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich conformerend | onvoltooid, deelwoord |
| zich geconformeerd hebben | verleden tijd |
| zijn geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geconformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geconformeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconformeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geconformeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconformeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconformeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconformeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconformeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geconformeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geconformeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconformeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconformeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconformeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconformeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconformeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen conformeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen conformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord conformeer
Herkomst
afgeleid van het Franse se conformer (met het voorvoegsel con-) en met het achtervoegsel -eren
Woordfamilie van conformeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| conformeerde | verleden tijd | conformeren |
| conformeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | conformeren |
| conformeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | conformeren |
| conformerend | onvoltooid deelwoord | conformeren |
| conformerende | woordvorm | conformeren |
| geconformeerd | voltooid deelwoord | conformeren |
| geconformeerde | woordvorm | conformeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van conformeren zijn vastgelegd.